Van partijendemocratie naar sollicitatie-democratie

(Bron)Reinder Rustema
De laatste kabinetscrisis toont aan dat de manier waarop ministers in het kabinet komen niet deugt. Een minister gedraagt zich als volksvertegenwoordiger, terwijl een minister juist een goed bestuurder moet zijn. Dat zijn bijna tegenovergestelde opdrachten! Daarom moeten de partijbanden tussen minister en volksvertegenwoordiging doorgeknipt worden zodat het voor zowel burgers als politici duidelijk is wie bestuurt en wie het volk vertegenwoordigt.Helaas zijn er nu nogal wat burgers die graag zien dat degene op wie ze stemmen veel, zo niet alle, macht krijgt. Kandidaat-volksvertegenwoordigers zoals Pim Fortuyn en Peter R. de Vries beloofden het land te besturen, in plaats van de politieke wil van hun achterban te verwoorden. Die banale ‘macht’ wordt in de huidige structuur belangrijker dan ideeën in het belang van het collectief.

Het controleren van die macht van bestuurders is nu echter moeilijk door de partijbanden die er bestaan tussen volksvertegenwoordigers en ministersploeg. In de praktijk kunnen alleen de oppositiepartijen goed inhoud geven aan de functie van volksvertegenwoordiger omdat de regeringspartijen onmondig zijn door een mix van partijdiscipline (om de coalitie in stand te houden) en individuele ambities om in ‘vak K’ te komen.

Het werk van en een stem voor de oppositie lijken nu voor de kiezer betrekkelijk zinloos omdat ministers het zich kunnen veroorloven ze te negeren. Ministers worden eens in de vier jaar in het pluche geschoven door hulpjes van de eigen clan en kunnen daar blijven zolang de partijgenoten loyaal blijven. Geef ze de illusie deel uit te maken van de macht en ze hopen bij succes ook ooit minister te worden. Op een strategisch moment komt er soms een schaakzet van een regeringspartij om de hele constellatie in één klap op te blazen, om dan weer doodleuk opnieuw te beginnen. Het is tamelijk binair en onproductief, en met inhoud heeft het allemaal weinig te maken.

Ministers worden nu via een ondoorgrondelijk en soms corrupt mechanisme geselecteerd. In de LPF-tijd schijnt zelfs doodleuk de buurman van de winnende volksvertegenwoordigers een ministerspost over de heg te zijn aangeboden. De positie in de partijtop is belangrijker dan kennis of kunde. Het ene moment zit een minister op Economische Zaken, kort daarna kan dat evengoed Verkeer en Waterstaat zijn. Hoe kan een minister op deze manier een lange termijn-beleid ontwikkelen, laat staan zich verantwoordelijk voelen voor de prestaties van het ministerie? In ieder geval niet door zo’n bestuurder door het volk te laten kiezen, dan trek je eerder een op macht beluste populist aan zonder specialisme.

Voor elke ministerspost moeten de beste bestuurders van het land solliciteren op basis van een door de Tweede Kamer opgesteld profiel. De minister blijft op zijn of haar post totdat er een motie van wantrouwen is aangenomen, ook als dat 5, 8 of zelfs 12 jaar later is. Dat is goed voor de consistentie van en verantwoordelijkheid voor het beleid en het ontwikkelen van een lange termijn-visie. Iedereen in het land moet kunnen solliciteren, hoewel slechts een minderheid de kritische aandacht en de hoge eisen aankan. Met een soort ‘motie van vertrouwen’ per minister geeft de Tweede Kamer de ministers en minister-president
de toestemming om zich te melden bij de Koning. De minister moet erop letten geen meerderheid van de Kamerleden tegen zich te krijgen en zal uit zichzelf om steun gaan vragen zodra zich een mogelijke controverse aandient.

Het initiatief voor beleid ligt dan weer bij de volledige Tweede Kamer. Regeringspartijen en oppositie bestaan niet meer, iedere individuele volksvertegenwoordiger is 1/150ste waard bij het ondersteunen, tegenhouden of amenderen van beleid. Mooier nog: ieder individueel lid kan ideeën omzetten in daden door met goede argumenten en permanent wisselende coalities per onderwerp een meerderheid te winnen om de minister een opdracht te geven het beleid te wijzigen. De ‘wil van het volk’ blijft niet langer steken achter de huidige, onrepresentatieve structuren, maar levert een in het openbaar doordacht en besproken stabiele uitkomst. Alleen door per onderwerp op basis van argumenten in een zo pluriform mogelijke vergadering met 150 leden te discussiëren kan de ‘wil van het volk’ het beste benaderd worden.

Maar wat blijft er dan nog over voor de meer directere vormen van democratie? Een referendum, een gekozen bestuurder of ambitieuze volksraadplegingen via internet: de meeste grote partijen behalve het CDA willen wel iets doen om de kiezers de illusie te geven dat ze invloed hebben. Om te kunnen overleven willen ze de burger graag op de een of andere manier met deze ‘moderne’ middelen bezig houden. Met referenda en stemmen vanuit de huiskamer betrek je het grote publiek wel meer bij het politieke proces, maar het is onwaarschijnlijk dat de tevredenheid van de burgers toeneemt. Het wordt daardoor juist eerder duidelijk dat je in de politiek niet je zin kan krijgen, dat je het debat moet aangaan en met argumenten moet werken. Als volksvertegenwoordigers het volk graag meer bij het politieke proces willen betrekken, kunnen ze beginnen met het stimuleren van het oude petitierecht: een uitstekend middel om iets op de politieke agenda te zetten. Daar is helemaal geen ‘burgerinitiatief’ of zelfopgelegde verplichting voor nodig.

Gekozen bestuurders zijn in de voorgestelde praktijk evenmin noodzakelijk. Het is wel belangrijk dat ze niet langer op ondoorzichtige wijze worden aangewezen, maar door ze rechtstreeks door de burgers te laten kiezen worden juist de bestuurders aangetrokken die goed zijn in campagne voeren en die de taal van het volk spreken. Het is belangrijker als de bestuurder een goede sollicitatie voor de volksvertegenwoordiging doet en de taal van het parlement spreekt. Het is aan de volksvertegenwoordigers om de communicatie met de eigen achterban te verzorgen.

Geen enkele persoon heeft in zijn eentje de wijsheid in pacht, laat staan dat hij kan verwoorden wat het volk wil. Alleen dictators en populisten denken dat. In een democratische beschaving dient iedereen te weten dat het hoogstens mogelijk is om jezelf te laten vertegenwoordigen in een debat met wijze vrouwen en mannen die na uitvoerig beraad de bestuurder een richting geven voor het uit te voeren beleid. Meer zit er niet in. De exacte invulling daarvan valt onder de verantwoordelijkheid van de minister. Als die niet goed luistert naar haar of zijn ambtenaren, signalen uit de samenleving negeert en uiteindelijk het vertrouwen van de Kamer verliest, is het tijd voor een andere minister.

Als de politieke partijen hun machtsbasis verliezen, ga je in zekere zin toe naar een ‘personendemocratie’. Maar het gaat er niet zozeer om dat de persoon zelf belangrijker wordt, maar om de problemen waar die persoon zijn politieke lot aan wil koppelen. Politieke partijen noch individuele politici doen de harten van burgers sneller kloppen. Maar als het om belangrijke onderwerpen gaat, is de politiek van acuut belang. Als de individuele volksvertegenwoordiger faalt en zijn of haar achterban accepteert dat niet, dan zullen die stemmen naar een ander gaan. Nu sta je als kiezer machteloos als de partij waar je op hebt gestemd faalt. Tandenknarsend stem je dan toch weer op dezelfde partij omdat er doorgaans geen alternatief is.

Er is geen enkele wetswijziging of andere ‘bestuurlijke vernieuwing’ nodig voor een andere praktijk. Integendeel! Het enige vereiste is dat u voortaan stemt op volksvertegenwoordigers die weten hoe de (ongeschreven) praktijk dient te veranderen en die zich onafhankelijk opstellen. Concreet zou de burger bij de verkiezingen de volgende drie stappen moeten zetten:
1. Een stemwijzer eisen die kandidaten suggereert op basis van individuele ambities in plaats van de programma’s van de (gevestigde) partijen of de eigenschappen van kandidaten.
2. Kandidaat-volksvertegenwoordigers vragen een eigen verkiezingsprogramma te publiceren dat uniek is in het politieke landschap en waarop hij of zij afgerekend wil worden over vier jaar.
3. Een e-mailadres doorgeven aan de volksvertegenwoordiger en periodieke verantwoording in de mailbox eisen.

Reinder Rustema MA is docent media aan de Universiteit van Amsterdam en webmaster van www.petities.nl Een kortere versie van dit stuk verscheen in NRC Handelsblad van 29.8.06. Rustema is twee nieuwe petities gestart: ministers.petities.nl (‘Laat ministers solliciteren’) envolksvertegenwoordigers.petities.nl (‘Volksvertegenwoordigers houden afstand van politieke partijen’).

 

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s