N.Polderman: Een trauma – hoe reageert een kind?

Een trauma – hoe reageert een kind? 

Veel adoptieouders beseffen, tot hun verdriet, dat hun kind trauma’s meemaakte. In de voorgeschiedenis van deze kinderen vonden één of meerdere traumatische gebeurtenissen plaats, zoals het afgestaan zijn door de geboortemoeder. Hoe herkennen wij de reacties op de gebeurtenissen die deze kinderen ondergaan hebben?En hoe gaan we daarmee om?

Wat is een trauma?

Een trauma is strikt genomen het (psychisch) letsel dat is ontstaan als gevolg van een zeer ernstige situatie, zoals een ramp. Een dergelijke situatie wordt gekenmerkt door (dreigende) dood, ernstige verwonding of schending van de lichamelijke integriteit. Daarbij moet betrokkene hebben gereageerd met intense angst, afschuw of hulpeloosheid.

Veel mensen vertonen in de weken na een traumatische ervaring symptomen van een Posttraumatische Stress Stoornis (PTSS), ook wel genoemd Acute Stress Stoornis (ASS). Men heeft last van herinneringen aan de traumatische ervaring, nachtmerries en gevoelens van angst en vervreemding. Een groot deel van de getroffenen komt hier echter ook uit zichzelf weer overheen.
Ieder kind is uniek. Het ene kind is veel beter dan het andere in staat om met een stressvolle situatie om te gaan. Het ene kind neigt naar meer veerkracht, het andere naar meer kwetsbaarheid. Echter, bij kinderen is het ontwikkelen van een stoornis toch vaker regel dan uitzondering. De ervaring heeft zodanig veel invloed dat het de structuur van de hersenen kan veranderen.

Hoe ervaart een kind een traumatische gebeurtenis?

Dissociatie als vluchten of vechten niet lukt
Wat doet een kind automatisch als er iets bedreigends op hem of haar afkomt? In eerste instantie is het kind gealarmeerd. Daarna ontstaat er angst en vervolgens raakt het in paniek. Op dat moment wil het vluchten of vechten. Het lichaam maakt zich op om dat voor elkaar te krijgen. De regie wordt overgenomen door de primitieve, instinctieve, delen van de hersenen. De extreme angst en paniek uit zich in onder andere een verhoogde hartslag, een sterke spierspanning, snelle ademhaling.
Als het niet lukt om te vluchten of te vechten?
Dan zit er niets anders op dan je psychisch te onttrekken aan de overweldigende situatie. Dit wordt dissociatie genoemd. Emoties, denken en lichamelijke gewaarwordingen (pijn bijvoorbeeld) worden losgekoppeld van de realiteit, een realiteit die op dat moment niet geïntegreerd kan worden in het bewustzijn. Het kind beleeft de werkelijkheid niet als reëel, voelt geen angst of pijn meer en observeert de gebeurtenissen alsof het naar een film zit te kijken. Het onttrekken uit de situatie doet een kind door als het ware te ‘bevriezen’, gevoelloos te worden, te staren, zich gedwee op te stellen, of zelfs flauw te vallen.
De intensiteit van de dissociatie hangt ook weer sterk af van de ervaring zelf  en van het individuele kind met zijn specifieke voorgeschiedenis.

Wat zijn de gevolgen?

Ouders kunnen zich realiseren dat het gedrag van het kind lang niet altijd herkenbaar is als gerelateerd aan een trauma.
In de eerste dagen en weken kan een kind de indringende beelden herbeleven. Sommigen zullen deze misschien tekenen, naspelen of proberen er over te vertellen, anderen niet. Sommigen hebben nachtmerries, dromen en flashbacks, en daardoor slaapproblemen, anderen weer niet. Sommigen willen dicht bij iemand zijn en getroost worden, anderen willen liever op zichzelf zijn.
Het kind kan zich vervreemd en afgescheiden voelen van de wereld, verdoofd en voortdurend schrikachtig. Het heeft moeite met concentratie, kan onverwachte woede-uitbarstingen hebben en is overalert. Jonge kinderen kunnen bovendien angst laten zien om van de opvoeder gescheiden te worden, huilen veel, dreinen, klampen zich extreem vast, hebben een angstige gezichtsuitdrukking, trillen, tonen gedrag dat bij een veel jongere leeftijd hoort (regressief gedrag), zoals duimzuigen, onzindelijkheid, angst voor donker.

Stress
Wat het kind laat zien is een herhaling van de eerste reactie tijdens de extreem angstige ervaring. Dat is alleen zichtbaar op momenten dat er sprake is van (milde)stress. Stress ontstaat niet alleen op voor het kind negatieve momenten, maar ook nieuwe activiteiten die op het oog gewoon leuk kunnen zijn geven spanning. Dit zijn de momenten die het kind als in principe zeer bedreigend kan ervaren. Het heeft geen controle over zijn gevoelens. De hersenen komen vanzelf in een staat van alarm. Het kind zal dan ook niet horen wat er gezegd wordt.
Als reactie op dit gevoel van onmacht en angst laten sommige kinderen vlucht- of vechtreacties zien, te merken aan een voortdurend verhoogde waakzaamheid en spanning met alle zoals boven beschreven lichamelijke kenmerken. Naarmate het verder verwijderd is van de hulpeloze situatie, toont het veel verzet, agressie en zelfbepalend gedrag, waardoor het ook weer bang kan worden voor de reactie van de opvoeder. Als namelijk het verzet niet herkend wordt als herhaling van de angstige ervaringen, kan het kind juist extra in een staat van paniek raken en extreem veel strijd gaan tonen.

Een manier om aan heftige gevoelens te ontsnappen is dissociatie. Het kind zal gevoelens proberen te vermijden en onderdrukken en het trauma ‘vergeten’. Dat kan ook door middel van veel verzet. Maar vooral door gehoorzaam en aanpassend gedrag. Als het op enigerlei wijze met te veel spanning geconfronteerd wordt, zal het op dat moment weer ‘bevriezen’ en zich verdoofd voelen. Het kind staart voor zich uit en reageert niet direct als een volwassene iets zegt. Dit alles in een poging de pijnlijke herinnering niet te voelen.
Hoewel jonge kinderen eerder dissociatie laten zien, zijn er meestal combinaties van symptomen zichtbaar. Het gedrag moet gezien worden als gezonde pogingen om zich aan te passen aan of te reageren op een bedreiging.

Risico

Naarmate het trauma indringender en levensbedreigend was en naarmate de symptomen nadien meer uitgesproken zijn, zullen de gevolgen ernstiger zijn. Een risicofactor bij adoptiekinderen is dat de meeste kinderen nog niet (of niet meer) ingebed waren in een warm vertrouwd gezin waardoor ze niet meteen liefdevol opgevangen konden worden na het trauma. Bij een trauma op latere leeftijd kan het risico op een PTSS versterkt worden door de traumatische ervaring van het afgestaan zijn.
Omdat kinderen die ter adoptie zijn afgestaan meestal niet veilig gehecht zijn bij aankomst, hebben ze beperkte vaardigheden om met hun emoties om te gaan, deze te reguleren. En daarom zijn ze al helemaal extra kwetsbaar bij overweldigende emoties.

Als de symptomen langer dan zes maanden aanhouden, dan is er sprake van een PTSS. Als er dan geen behandeling plaats zou vinden, zal het kind mogelijk zijn leven lang problemen houden, zoals hechtingsproblematiek, angst, depressie, woede, agressie, zelfdestructief gedrag, gebrek aan zelfwaardering, slechte schoolprestaties, gevoelens van leegte, moeite met anderen te vertrouwen, middelengebruik. Het kind komt onvoldoende aan de gewone ontwikkelingstaken toe. Uit neurobiologisch onderzoek blijkt dat traumatische stress een beschadigende invloed kan hebben op de ontwikkeling van de hersenen.

Hoe kunnen adoptieouders hun kind helpen?

De reactie van ouders is van het grootste belang.
Voor kinderen die recent een traumatische gebeurtenis hebben meegemaakt is het focussen op die ervaring niet altijd het beste dat je kunt doen. Dit betekent echter niet dat ouders er helemaal niet meer bij stil moeten staan. Doseren is belangrijk, goed aanvoelen wat het kind nodig heeft, maar tegelijkertijd zich niet geheel en al laten leiden door wat het kind laat zien. Dat laatste houdt met name in dat ouders niet volledig meegaan in vermijdingsgedrag. En evenmin dienen ouders zich niet af te laten leiden door verzet en agressie, en dit als persoonlijk op te vatten, of er van uit gaan dat het direct te maken heeft met een situatie in het hier en nu.
Daartoe is het essentieel om angst en zelfs paniek als mogelijke oorzaak van ongewenst gedrag te onderkennen. Het gaat om angst voor herhaling van het trauma. Daarom is geruststelling en troost belangrijk.

Geruststelling, troost, opbeuren
Een probleem is echter dat geruststelling en troost niet tot het kind doordringen als de ouder voorbij gaat aan zijn gevoelens. Dat geldt ook voor pogingen het kind op te beuren. Daarom is het belangrijk om iedere keer weer eerst stil te staan bij de gevoelens van het kind. Dit kan alleen al non-verbaal door de gezichtsuitdrukking en de houding van het kind regelmatig te ‘spiegelen’. Daarnaast kunnen ouders het gevoel (of gedrag, wens, gedachte, intentie) van het kind benoemen, door bijvoorbeeld te zeggen: ‘Jij bent misschien bang dat je nog eens zoiets ergs meemaakt’. Pas daarna kunnen de troostende woorden uitgesproken worden. Maar ook kan uitleg gegeven worden van het gedrag van het kind of over de gebeurtenissen.
Het is ook goed om teken- of schildermateriaal aan te bieden, om het kind de mogelijkheid te geven de ervaringen ‘van zich af’ te tekenen. Als het kind daar open voor staat, zou de ouder zelfs kunnen vragen om bepaalde onderwerpen uit zijn of haar voorgeschiedenis te tekenen.
We gaven al aan dat aan het verleden weliswaar aandacht geschonken moest worden, maar met mate, en afgestemd op het specifieke kind. Daarom is het aan te raden met name gedrag, gevoelens, gedachten, wensen, in het hier en nu te benoemen. Bijvoorbeeld: ‘Jij kijkt wat er allemaal in de kast ligt. Ja, dat wil jij natuurlijk allemaal wel eens weten’.
Daardoor kan het kind ontspannen.

Ontspannen
Ontspanning en veiligheid kunnen ouders verder bieden door veel regelmaat. Om het overzichtelijk te maken, kunnen picto’s behulpzaam zijn. Dat zijn afbeeldingen van activiteiten die op een bepaald uur van de dag gedaan worden (eten, slapen e.d.). Deze kunnen in de juiste volgorde op een bord gehangen worden. Daarmee is de dag voorspelbaar.
Het is aan te raden om direct na een trauma de wereld van het kind klein en eenvoudig te houden. Het liefst blijft u zo veel mogelijk thuis met het kind (dus voorlopig liever geen boodschappen doen, naar de kerk, e.d.), waardoor spanningsvolle momenten tot een minimum beperkt worden. Tevens raden we aan het kind niet te snel naar school te sturen, ook al wil het graag bij andere kinderen zijn. Ook die contacten kunnen extra spanning oproepen.
Rituelen voor bij het naar bed gaan zijn essentieel om het kind te helpen zich te ontspannen voor het slapen gaan. Bijvoorbeeld: vanaf een uur voor bedtijd geen tv, tanden poetsen, haar kammen, een stukje voorlezen, muziek luisteren, en als laatste 10 minuten masseren.
Als het kind dan toch nog angstig is om te gaan slapen, is het zaak om daar flexibel en tolerant mee om te gaan, door bijvoorbeeld, als dat de enige manier is om in slaap te vallen, het kind in uw kamer te laten slapen. Als het kind zich maar veilig voelt.
U kunt het kind ook helpen ontspannen door op een rustige kalme manier fysiek aanwezig te zijn, zonder u zelf op te dringen. Voortdurend kunt u op rustige toon af en toe het kind benoemen, maar ook u zelf benoemen. U kunt zo steeds het kind vertellen wat u doet of gaat doen. Dat maakt u voorspelbaar als opvoeder.

Behandeling

Preventief, dus al snel na het trauma, maar ook als de problemen aanhouden is behandeling aan te raden. Behandeling van deze stoornis was in het verleden vaak ingewikkeld, langdurig en vaak ook zonder succes. Recente ontwikkelingen op het gebied van psychotrauma maken duidelijk dat de verwerking van traumatische behandelingen in bepaalde gevallen aanmerkelijk kan worden versneld door het toepassen van Eye Movement Desensitization and Reprocessing (EMDR). EMDR maakt de herinnering zachter en makkelijker om aan terug te denken, zonder last van heftige emotionele reacties daaromheen.

Voordat tot EMDR overgegaan kan worden, is het van belang dat ouders specifieke deskundigheid opdoen in het kind te helpen basisvertrouwen te ontwikkelen. De Basic Trust methode is daartoe bij uitstek geschikt. Met het ontwikkelen van basisvertrouwen leert het kind beter de emoties reguleren, zodat het meer mogelijkheden krijgt om het trauma (eventueel met behulp van EMDR) te verwerken. Tevens wordt daarmee de vertrouwensband met ouders verbeterd, waardoor zij het kind beter kunnen helpen en opvangen bij de verwerking. De meerderheid van de Basic Trust specialisten is opgeleid in het toepassen van EMDR bij een complex trauma. Ook bij jonge adoptiekinderen is deze methode effectief gebleken.

Nelleke Polderman

 

Een gedachte over “N.Polderman: Een trauma – hoe reageert een kind?

  1. Geweldig stuk en ben het er helemaal mee eens. Wat ik schokkend vind is dat zeer veel kinderen in de zorg veel beter en sneller geholpen kunnen worden……maar dat men maar door sukkelt in de oude manieren en gebruiken

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.