Wist u dat 1 op de 5 kinderen in Nederland wordt misbruikt’

Althans als we Stichting Moeders Tegen Kindermisbruik moeten geloven.

Als we Nrc.next moeten geloven  beoordeelt die de stelling als onwaar. Volgens hun onderzoek.  Dan gaat het over cijfers, is het 1 op 10 of is het 1 op 5 kinderen die een vorm van kindermisbruik ervaren hebben. Feit is dat het een eldorado blijkt te zijn in

Nederland.

Zelfs top ambtenaren worden beschuldigd van kinderen misbruik Maar de overheid de Nederlandse overheid doet er totaal niets aan om dit te doen stoppen  onderzoek word er niet na gedaan dus de topfunctionaris die beschuldigd word blijft gewoon op zijn post bij de overheid. Hoeveel ambtenaren zijn er nog meer bij betrokken hoe groot is het pedofiele netwerk binnen de Nederlandse overheid?

De secretaris-generaal van het ministerie van Veiligheid en Justitie

Joris Demmink

Als dit de ontwikkeling is duurt het niet lang meer en dan is Nederland voor pedofiele populairder dan nu de Aziatische landen. een bizarre ontwikkeling.

Hoe ver kan Nederland nog afzakken.

Stichting Moeders Tegen Kindermisbruik

(MTK) komt in het geweer tegen misbruik en mishandeling van kinderen. De oprichters, vier moeders die misbruik „van dichtbij” hebben meegemaakt, willen met de stichting het onderwerp prominenter op de agenda zetten. Op haar Twitterbioschrijft Stichting MTK dat 1 op de 5 kinderen in Nederland wordt misbruikt. Lezer Ellen Kluit vraag next.checkt de bewering te onderzoeken.

Nrc.next beoordeelt de stelling als onwaar.

Interpretaties

Misbruik betekent letterlijk het (verkeerd) gebruiken van een kind. Doorgaans wordt daar seksueel misbruik mee bedoeld. Maar het genoemde aandeel 1 op de 5 is volgens Jeanine Heruer, een van de vier moeders van Stichting MTK, gebaseerd op de meest ruime definitie van kindermishandeling. Zij beschouwt hieronder: seksueel misbruik, verwaarlozing, verbale intimidatie, fysieke mishandeling, geestelijke mishandeling, huiselijk geweld en totaal negeren van een kind. We besluiten, omwille van de helderheid, voorlopig mee te gaan in deze definitie.

Waar is het op gebaseerd?

Het aandeel moet volgens Heruer worden beschouwd als een soort gemiddelde gebaseerd op diverse rapporten uit binnen- en buitenland. „Als er één ding ontzettend moeilijk boven tafel is te krijgen, is dat het exacte cijfer over kindermishandeling.” Per e-mail stuurt ze 25 bronnen op.

Eén daarvan is het onderzoek ‘Scholieren Over Mishandeling’ (SOM) van de Vrije Universiteit uit 2007. Daarin staat dat bijna 20 procent van de jongeren de afgelopen twaalf maanden ervaring heeft gehad met een vorm van kindermishandeling. Omdat dit het enige recente Nederlandse onderzoek is waarin het aandeel ‘1 op de 5’ voorkomt – en andere bronnen hiernaar verwijzen – beschouwen we dit onderzoek als de hoofdbron van de bewering.

Hoe is er gemeten?

Voor het SOM-onderzoek hebben 1.845 leerlingen uit de eerste vier klassen van veertien middelbare scholen in 2006 een vragenlijst over ‘vervelende gebeurtenissen’ ingevuld. De steekproef was redelijk, maar niet perfect: de spreiding van de scholen was onvolledig en het aantal onderzochte scholen relatief klein.

Volgens de definitie die de SOM-onderzoekers hanteerden had ruim eenderde van de scholieren ooit kindermishandeling meegemaakt in de vorm van psychologische agressie van ouders, fysiek geweld binnenshuis, waargenomen fysieke conflicten tussen ouders, seksueel misbruik en/of ernstige verwaarlozing. Bijna eenvijfde (19,5 procent) had een of meer van deze vormen het afgelopen jaar meegemaakt. Het grootste deel van hen (ruim 60 procent) rapporteerde (onder meer) psychologische agressie te hebben meegemaakt. Daaronder werd verstaan: ‘ouder heeft gedreigd jongere te slaan’. Eén op de vijftien jongeren had een combinatie van verschillende mishandeling meegemaakt. Vier procent meldde seksueel misbruik in het afgelopen jaar.

En, klopt het?

Dat hangt af van de vraag wat je onder mishandeling verstaat. De definitie in het SOM-onderzoek is breder dan de wettelijke definitie van kindermishandeling die ook gangbaar is in internationaal vergelijkend onderzoek. Volgens de Wet op de Jeugdzorg (2004) is bij kindermishandeling vooral de afhankelijkheidsrelatie van het kind ten opzichte van de pleger van belang.

Pas je deze, wettelijke, definitie toe op de resultaten van het SOM-onderzoek,zoals onderzoekers van Universiteit Leiden in 2010 hebben gedaan, dan valt een aantal items uit de vragenlijsten van SOM niet meer onder kindermishandeling, waaronder ‘ouder heeft gedreigd te slaan’, ‘seksueel misbruik door iemand buiten gezin of een minderjarige binnen gezin’ en ‘ouder heeft andere volwassene hard weggeduwd/beet gegrepen’.

De volgende items vallen nog wel binnen de definitie: ‘seks gehad met volwassene binnen eigen gezin of gedwongen naar geslachtsdelen te kijken/aan te raken; ouder heeft jongere met de vuist geslagen, hard geschopt, tegen de grond gegooid of geslagen, op de billen of een ander deel van lichaam geslagen met een riem of ander hard voorwerp, in elkaar geslagen, bij keel gegrepen en adem afgeknepen, met een mes of pistool bedreigd, expres verwond met heet voorwerp; ouder heeft de andere ouder geschopt, gebeten of gestompt, in elkaar geslagen of heeft een mes of pistool tegen de andere ouder gebruikt’.

Door deze aanpassing van de definitie daalt het aantal jongeren dat aangaf het afgelopen jaar te zijn mishandeld naar 99 per 1.000. Dus één op de tien jongeren in plaats van één op de vijf.

Er kleven echter een aantal nadelen aan zelfrapportages zoals die in het SOM-onderzoek. Zo ontbreekt de context van de mishandeling (niet elke respondent interpreteert een incident hetzelfde, recente incidenten worden als ‘heftiger’ ervaren) en treden geheugeneffecten op. Verder is het niet mogelijk jonge kinderen te bevragen. Die groep blijft dus buiten beschouwing in zulke studies.

Objectiever zijn ‘informantenstudies’, waarin professionals uit het werkveld worden gevraagd mishandeling te noteren. In 2010 hebben 1.127 ‘informanten’ werkzaam bij onder andere scholen, jeugdzorg, huisartsen, politie, meldpunten en consultatiebureaus vermeende gevallen genoteerd. Daaruit bleek volgens de wettelijke definitie bij 34 van de 1.000 kinderen (0 t/m 17 jaar) sprake van mishandeling. Omdat deze professionals niet alles zien, kan dit aandeel (3,4 procent) worden gezien als ‘ondergrens’.

Conclusie

Hoeveel procent van de Nederlandse minderjarigen wordt misbruikt is afhankelijk van wat je eronder verstaat. In zelfrapportages meldde 4 procent van de jongeren in het afgelopen jaar seksueel te zijn misbruikt (in ruime zin). Volgens datzelfde onderzoek was bij één op de vijf kinderen sprake van mishandeling. Dit is de definitie waar stichting Moeders Tegen Kindermisbruik zich op baseert als zij het over misbruik heeft.

Neem je de wettelijke definitie van kindermishandeling dan is daarvan sprake bij 3 tot 10 procent van de Nederlanders tot en met 17 jaar. Hooguit één op de tien dus. Seksueel misbruik is hierin nauwer is gedefinieerd, dus zal ook dat percentage lager zijn dan de eerder genoemde 4 procent. Omdat stichting MTK de hoogste schatting (1 op 5) van kindermishandeling in de ruimste zin toepast op de meest beperkte definitie van kindermishandeling (seksueel misbruik), beoordelen we de bewering dat ‘1 op de 5 kinderen in Nederland wordt misbruikt’ als onwaar.

Correctie: op dit blog verscheen aanvankelijk een ongeredigeerde versie van deze factcheck, waarin de bewering als ‘half waar’ werd beoordeeld.  In de krant en in de huidige versie staat de correcte tekst: wij beoordelen deze bewering als  ‘onwaar’.

Bron: Nrc.next  O.D.B.NED

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s