Overheid ziet burger als aspirant profiteur

 

Af en toe zijn er burgers die het niet nemen en in beroep (blijven) gaan tegen een onzinbekeuring. Voor de echte volhouders is er tenslotte een rechter – en heel misschien komt diens uitspraak dan op rechtspraak.nl En daar kom ik regelmatig met mijn schepnetje langs om boeiende LJ nummers te zeven.

Op 20 maart streepte het Hof Leeuwarden/Arnhem bijvoorbeeld een bekeuring van 100 euro door in een kwestie die de rechtzaal dus nooit had mogen halen.Het betrof een suïcidale puber die langs de spoorweg had gewandeld. De Spoorwegwet 1875 verbiedt dat en dus werd zij op de bon geslingerd. De treinen moesten namelijk een poosje wat langzamer rijden. Het Hof, in hoger beroep dus (LJ BZ4908) was haast emotioneel in zijn afkeuring. „Geen redelijk handelend lid van het Openbaar Ministerie” had kunnen oordelen dat vervolging ergens goed voor was. Een sepot had zó voor de hand gelegen. Zeker nadat de dader schriftelijk uitlegde wat haar mankeerde en waarom ze daar liep. Wordt de olifant vaker in stelling gebracht tegen de muis? Op rechtspraak.nl vind ik zo een paar voorbeelden. Een automobilist krijgt een boete van 200 euro omdat zijn geparkeerde auto een beetje olie op de openbare weg lekt (LJ BU3810: vrijspraak). Een Scheldeloods moet 500 euro betalen omdat hij met een zeecontainerschip te hoge golven op het badstrand Vlissingen veroorzaakte. Daardoor schaafden zwemmers zich aan de houten palenrij voor het strand (LJ BZ5897 vrijspraak). Een shoarmatent eigenaar krijgt 4000 euro boete (!) omdat hij even naar de groenteboer moet en een klant op de zaak laat passen. Dat is helaas een buitenlander, zonder de verplichte werkvergunning (LJ BD0327, vernietigd wegens ‘niet evenredige’ boete).

Waar komt die handhavingsdrift vandaan? Is dit toevallige dienstklopperij? Of heeft de overheid een zwart mensbeeld dan wel een mateloos vertrouwen in boetes? Of wensen burgers niets meer van elkaar te incasseren?

Vorige maand maakte de Nationale Ombudsman bij zijn jaarverslag een paar ter zake opmerkingen. De overheid lijkt hem steeds strenger en ongenaakbaarder te worden. De overheid ziet de burger te vaak als aspirant profiteur, die alleen met drang en dwang in het gareel blijft. Vorig jaar al, in deKees Lunshoflezing, noemde Ombudsman Brenninkmeijer de nieuwe Sanctiewet Sociale Zekerheid als typisch voorbeeld van doorgeslagen anti misbruik wetgeving. Iedere uitkeringsgerechtigde wordt daarin als fraudeur in de dop bejegend. De sancties zijn draconisch: wie zijn gegevens te laat of onjuist invult is een fraudeur. Brenninkmeijer merkte op dat voor veel burgers foutloos invullen al een enorme opgave is. Om nog maar te zwijgen van het vinden van het juiste digitale formulier.

De sanctiewet heet inmiddels gewoon Fraudewet. De Raad van State maakte er in het tamelijk negatieve advies bij het wetsvoorstel een apart punt van. Fraude is bedrog, gepleegd met opzet. Maar iedere slordigheid afstraffen als ‘fraude’ is onjuist en ‘schept een verkeerd beeld’. Dat heeft natuurlijk niks geholpen. AOW’ers die zich vergissen zijn ook fraudeurs. Wie teveel ontvangt moet het saldo geheel terugbetalen en krijgt een boete van hetzelfde bedrag. Wie binnen vijf jaar opnieuw ‘de fout ingaat’ krijgt een boete van 150 procent, die meteen wordt verrekend. Ten opzichte van het vorige sanctiestelsel werden boetes vertienvoudigd en kan uitsluiting van een uitkering tot vijf jaar oplopen.

Zowel de Raad van State als de Raad voor de Rechtspraak dachten niet dat dit enige zoden aan de dijk zou zetten. Nooit was bewezen dat het vorige sanctiestelsel niet werkte, noch dat hogere sancties effectiever zouden zijn. Of zelfs dat een stelsel van minimum sancties überhaupt uitkeringsfraude kan afschrikken. Evenredigheid, billijkheid – het loopt allemaal gevaar. De Fraudewet is gebaseerd op repressie als geloofsartikel. Vrijwel nergens werden strengere sancties toereikend beargumenteerd. De Raad voor de Rechtspraak herinnerde er nog maar eens aan dat een hogere pakkans meer helpt dan bedreiging met meer straf. En dat het nog verder verhogen van terugbetalingsplichten bij een groep die nu meestal niet kan (terug)betalen averechts werkt. Wel zeker is dat wie is geruïneerd door een sanctie altijdiedere procedure tot het einde zal benutten. Er is dan niets meer te verliezen. Hogere sancties leiden dus zeker tot meer rechtspraak en tot hogere kosten. Ook voor rechtsbijstand. De maatschappelijke acceptatie neemt af, de boosheid groeit. Dan krijg je dus de zeeloods die 500 euro weigert af te dragen aan een overheid die hem berispt voor hoge golven. Of de automobilist die de bon voor een olievlekje op straat afwijst.

Vorig jaar noteerde de Raad van State in het jaarverslag 2011 (blz 61, klik hier) nog dat de hoogte van de verkeersboetes ten opzichte van 2007 met 66 procent waren gestegen. Dat was volgens de Raad van State ‘niet proportioneel’, een mening die vorig jaar nog door een Brabantse politiechef werd herhaald. Die werd echter door de minister van Justitie in de Tweede Kamer de mond gesnoerd – kennelijk een waarheid die de politiek niet aankon. Proportionaliteit, redelijkheid en billijkheid, rechtsbeginselen die elke burger haarfijn aanvoelt, zijn niet te dempen.Bron:nrc.nlfoto:O.D.B.ned

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s