De wonderjaren van China zijn nu echt voorbij

De boodschap uit Peking is keihard maar duidelijk: China’s economische wonderjaren zijn nu echt voorbij. Op de economische reuzensprongen van 10 procent of zelfs meer per jaar hoeft niemand nog te rekenen.

Ik denk dat we de afgelopen maanden steeds meer signalen te horen hebben gekregen dat de centrale regering vrede heeft met lagere groeicijfers

In het komende decennium wordt 7 procent al een hele klus volgens premier Li Keqiang. Weliswaar ronduit jaloersmakend voor de meeste landen, voor krachtpatser China bitter teleurstellend. In het afgelopen kwartaal kreeg de wereld al een voorproefje: China’s economie groeide in de eerste drie maanden van dit jaar met 7,7 procent in vergelijking met dezelfde periode in 2012.

Dat die daling maar tijdelijk zal zijn, willen de meeste waarnemers niet geloven. De Chinese economie bevindt zich op een absoluut keerpunt en dat kan ook Peking niet meer ontkennen. De grenzen van China’s ‘staatsgeleid kapitalisme’ zijn eindelijk bereikt.

‘Ik denk dat we de afgelopen maanden steeds meer signalen te horen hebben gekregen dat de centrale regering vrede heeft met lagere groeicijfers’, zegt Zhang Zhiwei, een econoom in Hongkong. ‘Daarbij is stabiliteit en continuïteit het belangrijkst.’

Kapitaalinjecties
Vanaf het begin van het economisch mirakel in de jaren tachtig moest China het hebben van gigantische kapitaalinjecties. Een verslaving die Peking na meer dan dertig jaar te boven probeert te komen. Eindeloze stromen geld werden gepompt in het bouwen van wegen, steden en fabrieken.

Om de lokale economische cijfers op te krikken, financierden provinciale bureaucraten immense infrastructuurprojecten zonder ook maar een blik te werpen op het uiteindelijke kostenplaatje.

Eeuwig verlieslijdende staatsbedrijven kunnen altijd stevig rekenen op de staatsbanken voor gemakkelijke en goedkope leningen. Dat terwijl de private sector om kapitaal zit te springen.

Geldkraan dichtgedraaid
Ook voor Peking lijkt de uiterste limiet van dat economische model nu dan toch te zijn bereikt. In 2012 droegen overheidsinvesteringen nog bij aan meer dan de helft van de nationale groei. Eind vorig jaar draaide de regering die geldkraan resoluut dicht.

Ook is de bodem van de spotgoedkope arbeidsmarkt in zicht. Lonen stijgen en vanwege de snel toenemende vergrijzing zijn er dit jaar voor het eerst minder arbeidskrachten beschikbaar.

Een schaarste die in de komende tientallen jaren alleen maar nijpender kan worden. De textielindustrie verhuisde al voor een groot deel naar goedkopere landen en naar verwachting zullen veel meer bedrijven volgen.

Te duur
‘De internationale industrie die China puur als productiebasis voor export gebruikten is er allang achtergekomen dat het daarvoor simpelweg te duur is geworden’, zegt de Nederlander Olaf Rietveld, die in Peking verkoopleider voor een kunstmestproducent is. ‘De enige mogelijkheid is dan om in China zelf af te zetten.’

Daar voegt hij aan toe dat juist dát nog niet zo simpel is. ‘Chinese consumenten zijn conservatief. Ze openen met moeite hun portemonnee.’ Zwakke algemene gezondheidszorg en magere pensioenen dwingen simpelweg tot nijver sparen.

Lees vandaag in de Volkskrant:’China bevindt zich in een eerste fase van een middeninkomen-economie en dat is niet meer terug te draaien.’Bron:volkskrantfoto:odbned

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s