Verdwaald in het digitale UWV-doolhof.

Werkzoekende moet het doen met een e-werkmap en een e-coach

Bij een reorganisatie vliegt ervaren journalist Sjors van Beek eruit. Naar het UWV. Van binnenuit beschrijft hij hoe de uitkeringsinstantie werkt.

Door: Sjors van Beek 5 september 2015, 02:00


Ook wel fijn toch, die WW? Niet meer elke dag naar kantoor. Probeer er ook van te genieten

Verwachtingsvol open ik het bericht. Een paar maanden ben ik nu werkloos en ik gruw ervan. Je hoort weleens: ‘Ook wel fijn toch, die WW? Niet meer elke dag naar kantoor. Probeer er ook van te genieten.’ Voor mij is het niet weggelegd. De onzekerheid vreet aan me, ik wil maar een ding: snel weer aan het werk. Zou het?, denk ik als ik het bericht van het UWV krijg. ‘100% passende vacatures’ belooft de uitkeringsinstantie. Echt? Voor mij, een oudere journalist?

De tranen springen me in de ogen als ik het bericht lees. Het betreft een tijdelijke baan. Voor zes maanden. Maar dat is het probleem niet. De baan is in Groningen, 180 kilometer verderop. Onhandig, maar goed. Er knapt pas echt iets als ik lees wat voor type ze zoeken: een ‘junior journalist’. Met maximaal drie jaar werkervaring.

Ik ervaar het als een klap in mijn gezicht. Academicus. Bijna 25 jaar gewerkt in de journalistiek. Nooit één dag ziek gemeld. Op straat beland bij een reorganisatie. En dan bedenkt de UWV-bureaucratie dat dit een ‘100% passende vacature’ is.

Het is niet de eerste pijnlijke of moeizame ervaring die ik met het UWV heb. En vele zullen er volgen. Maar op dat moment, medio 2013, dringt het tot me door: het logge, onpersoonlijke, technocratische Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen gaat me niet helpen. Ik zal het op eigen kracht moeten rooien – op een arbeidsmarkt die 50-plussers als nutteloze hoogbejaarden afschrijft. En ik neem me voor mijn persoonlijke ervaringen als WW’er een keer op schrift te stellen. De uitkeringsmachine van binnenuit beschreven. Het is mijn persoonlijke verhaal, niets meer en minder, al vertellen veel mede-WW’ers me dat ze zich erin herkennen.

Op straat


Op dat moment dringt het tot me door: het logge, onpersoonlijke, technocratische UWV gaat me niet helpen

Mijn werkgever, het blad Binnenlands Bestuur, zet in november 2011, de helft van de redactie op straat en ik raak verzeild in onderhandelingen over de afvloeiingsregeling. Als 48-jarige besef ik maar al te goed dat een nieuwe, vaste baan in de journalistiek waarschijnlijk een illusie is. Dat wordt vermoedelijk dus freelancen en ik moet me gaan verdiepen in de regelgeving. Mag je, met een WW-uitkering, een bedrijfje opzetten? Mag je bijverdienen? Mag dat óók al in het jaar dat mijn werkgever me nog doorbetaalt? Of heeft dat gevolgen als ik het jaar daarna de WW aanvraag?

Van de websites van UWV en Belastingdienst word ik niet veel wijzer. Naïef als ik – dan nog – ben, pak ik de telefoon en bel het UWV. Ook daarmee kom ik geen steek verder. Dan maar naar het inloopspreekuur op het ‘Werkplein’, een kantoorkolos aan de ringweg van Amsterdam. Aan de balie tref ik ‘werkcoach’ mevrouw C., toevallig – zo blijkt – een van de specialisten binnen het UWV op dit terrein. Helemaal helder krijg ik het niet en een week later mail ik haar aanvullende vraagjes. Mevrouw C. schrijft terug: ‘Geachte heer van Beek, ik heb een en ander nagevraagd. Uw situatie is inderdaad anders vanwege de herplaatsingstermijn. Tijdens een ‘herplaatsingstermijn’, ‘non-actieve periode’ of fictieve opzegtermijn geldt dat de werkzaamheden gezien worden als ‘vervangende werkzaamheden’. Het maakt wel verschil of het gaat over zelfstandige arbeid of overige werkzaamheden (afhankelijk dus van de var-verklaring, wuo of row). In het eerste geval, kan er inderdaad geen aanspraak meer gemaakt worden op de uren (niet inkomsten) dat gewerkt is als zelfstandige. Hiervoor gelden dezelfde regels als progressief korten. In het tweede geval worden de uren wisselend ingehouden op de uitkering, als de werkzaamheden doorlopen tijdens de uitkering. Ik hoop u zo voldoende te hebben geïnformeerd.’

Ik moet nog werkloos worden maar ben de UWV-draad nu al volkomen kwijt. En dat is gevaarlijk, weet ik tegenwoordig. Want één foutje, één verkeerde interpretatie van de voorschriften, en het recht op WW kan zomaar zijn verspeeld.

Digitale deksel


Gesprekken, face-to-face-ontmoetingen met een levend iemand, daar doet het – flink afgeslankte – UWV liever niet aan

Ik ben officieel werkloos vanaf 1 januari 2013. In de weken daarvóór leg ik opnieuw contact, ik wil graag eens praten over mijn situatie. Welke ‘VAR-verklaring’ (Verklaring arbeidsrechtelijke relatie) moet ik bij de fiscus aanvragen? Een ‘WUO’ (Winst uit onderneming) of een ‘ROW’ (Resultaat overige werkzaamheden)? Moet ik er eigenlijk wel eentje aanvragen? En welke uren moet ik aan het UWV gaan doorgeven als ‘gewerkt’? Het zijn basale vragen waarmee iedere werkloze die wil gaan freelancen worstelt.

Met een klap krijg ik het digitale deksel op de neus. Gesprekken, face-to-face-ontmoetingen met een levend iemand, daar doet het – flink afgeslankte – UWV liever niet aan. Alles gaat online. Een afspraak kan ik pas aanvragen als ik al drie maanden in de kaartenbakken zit. Vooral de kansrijken, tot wie een hoogopgeleide, maar oudere werkloze in een nagenoeg kansloos beroepsveld kennelijk ook wordt gerekend, moeten het zelf maar uitzoeken.

In de jaarverslagen staat dat zo: ‘We kiezen daarbij, binnen onze budgettaire mogelijkheden, steeds voor het meest effectieve kanaal. WW’ers bieden we in de eerste drie maanden van hun werkloosheid online dienstverlening.’


Die werkcoach suggereert persoonlijk contact, maar is in werkelijkheid telkens een ander persoon

Online zeker. Maar dienstverlening? Braaf vul ik de aanvraag voor WW in op de website en krijg per omgaande een zielloos berichtje terug. Aanvraag ontvangen, op Mijn UWV ‘staat precies wanneer u iets van UWV kunt verwachten’. Voor meer informatie kan ik de UWV Telefoon Werknemers bellen.

Vragen heb ik al snel. Niet heel ingewikkelde, denk ik zelf. Hoeveel mijn WW-uitkering eigenlijk bedraagt en hoe het nou zit met het opgeven van inkomsten uit freelance werkzaamheden. Op 9 januari 2013 probeer ik het voor het eerst. Tien minuten later, diverse malen doorverbonden en terug in de wachtstand en na een kort gesprekje met mevrouw W., heb ik nog geen antwoorden. Een nieuwe telefonische afspraak maken kan niet, en o ja, de website ligt er ‘inderdaad uit, probeer het morgen na 12 uur nog eens’. De jaren erna zal ik nog tientallen keren lezen of horen dat ‘de website er even uit ligt’.

Die website, http://www.werk.nl, is sowieso een verhaal apart. Werkzoekenden krijgen een ‘werkmap’ waar ‘werkcoaches’ berichtjes achterlaten of vragen beantwoorden. Die werkcoach suggereert persoonlijk contact, maar is in werkelijkheid telkens een ander persoon. Je zou eens het gevoel krijgen dat er ergens in die anonieme kantoorkolos iemand, een mens, zit die een béétje meedenkt.


Het aantal werkloze journalisten steeg met 12,4 procent, twee keer zoveel als het totale aantal werkzoekenden

Wel verschijnen in de ‘werkmap’ herinneringen dat ik de maandelijkse werkbriefjes moet indienen. En ik krijg ‘taken’: per vier weken moet ik vier sollicitatie-activiteiten doorgeven. Dat kan een sollicitatiebrief zijn, een sollicitatiegesprek, of een ‘netwerkgesprek’. Ik kan mijn cv online plaatsen en ik kan zoeken naar vacatures ‘passend bij mijn cv’.

Onlangs maakte het UWV bekend dat er 2.926 journalisten staan ingeschreven, ofwel bijna 20 procent van alle journalisten in Nederland. Het aantal werkloze journalisten steeg met 12,4 procent, twee keer zoveel als het totale aantal werkzoekenden. Daar kan het UWV natuurlijk niks aan doen, maar was ik heel naïef om te denken dat dit wel de instantie was die me antwoorden kon geven op vragen, die me een klein beetje houvast kon geven?

E-coach

‘Vragen gericht op het vinden van werk en over het werken met de werkmap gaan via de werkcoach op werk.nl’, legt mevrouw H. me op 14 januari 2013 telefonisch uit. ‘Vragen richting WW gaan via uwv.nl. Daar kunt u dus wijzigingsformulieren en inkomstenformulieren indienen. Maar de site ligt er momenteel helaas uit. En nee, u krijgt inderdaad geen persoonlijke coach maar een e-coach.’

Eerder die ochtend had ik al gemaild aan het anonieme zwarte gat: ‘Goedemorgen werkcoach. Graag heb ik een keer een gesprek over mijn situatie. Ik ben freelancejournalist en heb veel vragen over hoe dit in de praktijk werkt met doorgeven inkomsten, gewerkte uren, aannemen projecten, startersperiode en dergelijke.’ Mevrouw H. weet het ook niet en vraagt het na bij haar collega’s. ‘De gewerkte uren moet u doorgeven. Het gaat om de inkomsten’, is even later het weinig verhelderende antwoord.

Ik wil, bijvoorbeeld, weten of ik research voor een artikel ook moet opgeven als gewerkte uren. ‘Als ik voor onderzoek naar de bibliotheek ga, moet ik dat opgeven en word ik daarover gekort op de uitkering?’


Op de gang klets ik wat na met de coach en creëer zo mijn eigen spreekuurtje. Live contact met een echte, levende UWV’er!

Mevrouw H. houdt nóg eens ruggespraak. ‘Als u het lezen niet in rekening brengt, hoeft u het ook niet op te geven. Het gaat om de uren waar u betaling voor krijgt.’ Na een gesprek van 17 minuten hang ik op. Ik weet nog altijd niet wat ik wil weten. Terwijl het toch van levensbelang is. Wie onbekommerd en vol goede moed aan de slag gaat, opdrachten aanneemt en die in rekening brengt, verliest namelijk het recht op WW voor het aantal gewerkte uren. Niet alleen voor die ene periode van vier weken, maar voor de héle resterende WW-tijd. Dus wie in de ene maand tien uur per week werkt en dat netjes opgeeft, krijgt vanaf dat moment voor de rest van de WW-periode nog maar 75 procent WW. Ongeacht of er de maand daaropvolgend werkzaamheden zijn.

Het is een vraag waar ik al sinds 2011 mee zat. Maar bij mij valt dit muntje pas bij een verplichte zogeheten ‘startersbijeenkomst’ eind januari 2013, waar een werkcoach zo’n twintig werkzoekenden wegwijs maakt in de regeljungle. Of eigenlijk begrijp ik het pas ná die bijeenkomst. Op de gang klets ik wat na met de coach en creëer zo mijn eigen spreekuurtje. Live contact met een echte, levende UWV’er!

Eindelijk krijg ik losgepeuterd wat ik al zo lang probeer uit te vinden. In mijn situatie is de enige ‘veilige’ route die van payroll. Kort gezegd: ik schrijf me in bij een payroll-bedrijf, een soort omgekeerd uitzendbureau. Als ik een artikel schrijf voor een blad, moet ik daarna een werkbriefje invullen op de site van Tentoo. Zij sturen een nota naar de opdrachtgever en betalen mij, minus commissie en sociale lasten. Ik moet vervolgens aan het UWV doorgeven hoeveel uren ik heb gewerkt – naar de inkomsten wordt niet gevraagd. Het aantal gewerkte uren wordt in die maand eenmalig gekort op de WW.

Uitkering gestopt

Die horde is dus eindelijk genomen, maar de volgende dient zich al snel weer aan. Ergens in de loop van 2013 merk ik aan mijn bankrekening dat de uitkering is gestopt. Zonder bericht, zonder uitleg. Na enkele telefoontjes krijg ik boven water dat ik op het vorige inkomstenformulier kennelijk een vinkje verkeerd heb gezet bij de vraag ‘Mijn werkzaamheden zijn beëindigd’. De ‘uitstroom’ uit de kaartenbakken van het UWV is wél goed geregeld, denk ik met enig cynisme.

Na drie maanden krijg ik een oproep voor een ‘evaluatie’. Of ik ten kantore wil verschijnen, met een kopie van al mijn verstuurde sollicitatiebrieven. Ik bereid me goed voor, maak een mooi mapje van de brieven en de reacties. Ik wil laten zien dat ik geen ‘schijn-sollicitaties’ verzend, maar dat ik ijverig en daadwerkelijk zoek naar een baan. Want ik wíl werken!

In de hal van het Werkplein word ik opgehaald door mevrouw C., dezelfde die me anderhalf jaar eerder al eens te woord heeft gestaan. Ze neemt me mee naar een tafeltje zonder enige privacy, midden in de kantoortuin. We hebben een prettig gesprek, ze informeert belangstellend naar mijn pogingen aan de slag te komen, maar na een kwartiertje is ze er kennelijk van overtuigd dat ik mezelf wel red. Of moet ik zeggen: dat het UWV mij niet verder kan helpen? Of ze de sollicitatiebrieven nog wil inzien, vraag ik. Het hoeft niet. ‘Als iemand een goede brief moet kunnen schrijven, bent u het wel’.


Ik blijf vacatures ontvangen die het UWV geschikt voor mij vindt. ‘Verslaggever’ bij een lokale omroep in de regio Arnhem. Salaris: nul. Vrijwilligerswerk

Wel blijf ik vacatures ontvangen die het UWV geschikt voor mij vindt. ‘Beginnend journalist’ bij een regionale krant. Functie-eis: recent afgestudeerd.

‘Correspondent’ voor een huis-aan-huisblad in Moerdijk: ‘Het betreft nadrukkelijk een bijbaantje, een leuke bijverdienste’.

Of ‘verslaggever’ bij een lokale omroep in de regio Arnhem. Salaris: nul. Het blijkt vrijwilligerswerk.

Ik lig wakker van het idee dat ik vanaf 1 januari 2014 elke ‘100% passende vacature’ verplicht moet accepteren.

Zoals de één-na-laatste: ‘Chauffeur valet parking van 50 jaar en ouder’ op Schiphol. Bruto uurloon: euro 9,36 per uur. Of de laatste, een week voor afloop van de WW: ‘Callagent voor goede doelen’. Een ‘uitdagende baan voor enthousiaste mensen’.

Startersregeling

Bestuursvoorzitter Bruno Bruins geeft tijdens een persconferentie een toelichting op de jaarcijfers van uitkeringsinstantie UWV.
Bestuursvoorzitter Bruno Bruins geeft tijdens een persconferentie een toelichting op de jaarcijfers van uitkeringsinstantie UWV. © ANP

De echte vacatures vind ik zelf, en ik verstuur in totaal zo’n 120 brieven. Op ongeveer een derde van die brieven komt nooit reactie. Soms komt per omgaande, na een half uur, al bericht dat ‘na een grondige selectie de keuze helaas op een ander is gevallen’. Het dringt tot me door dat ik op mijn leeftijd gewoon niet meer aan de bak kom en tot aan mijn pensioen mijn eigen boontjes dien te doppen. En dus echt een eigen bedrijfje moet oprichten.

Daartoe bestaat de ‘startersregeling’. Kort gezegd: zes maanden lang lever je 29 procent WW in, maar de inkomsten mag je vervolgens houden en de sollicitatieplicht vervalt. Opnieuw probeer ik een gesprek te krijgen. Ik word verwezen naar een online training die ik verplicht moet volgen. Het blijkt dezelfde training die ik anderhalf jaar eerder in die verplichte bijeenkomst al heb gehad. Na het downloaden van een bewijsje dat ik de cursus heb gevolgd, mag ik een ondernemingsplan indienen. Ik spiek een beetje bij een collega-journaliste en heb het plan snel gereed. Na digitale inlevering in de werkmap mag ik op gesprek. Ik ben wat nerveus: ga ik wel toestemming krijgen? Moet ik nog meer bewijs leveren dat het plan economisch haalbaar is? In de kantoortuin meldt de vriendelijke meneer K. me zonder één vraag, binnen een minuut, ‘dat het plan er goed uit ziet’. Hij zet een stempel en ineens ben ik geen werkloze meer maar beginnend ondernemer, met nog zes maanden gedeeltelijke WW als vangnet. Baan of geen baan, lijkt de denkwijze, als de werkloze maar uit de kaartenbakken verdwijnt.

‘Je had een baan’, hoor ik een zalvende stem zeggen in een radiospotje. ‘Maar nu niet meer. Nu heb je een uitkering. Maar het kriebelt. Je denkt: misschien voor mezelf beginnen? Een eigen zaak? Zzp’er? Maar hoe pak ik dat aan? En als ik met een zaak begin, stopt mijn uitkering dan? Dat soort vragen. Daar is UWV voor. Kijk op UWV.nl. Je krijgt er duidelijke antwoorden waarmee je verder kan. UWV. Werken aan perspectief.’

Kleuterregeltjes

Reactie UWV

Dit verhaal stuurde ik donderdag aan het UWV met de vraag om een reactie. Eerlijk gezegd waren mijn verwachtingen niet al te hoog gespannen. Niet alleen vanwege mijn ervaringen met het UWV, maar als journalist weet ik dat ook andere organisaties vaak genoeg afgemeten reacties geven op dit soort verhalen. Later die middag werd ik gebeld door Tof Thissen, directeur van het UWV Werkbedrijf. En hij vertelde me dit: ‘Het schrijnt en schuurt, maar het is óók een prachtig verhaal en het is goed dat het is opgeschreven. Wij willen zelf ook héél graag dat er weer een eerste face-to-facecontact komt met nieuwe klanten, en hopelijk gaat dit verhaal helpen om dat voor elkaar te krijgen.’

Als inmiddels ex-WW’er probeer ik terug te halen op welke manier het UWV me de afgelopen 2,5 jaar perspectief heeft geboden. In een periode in mijn leven dat ik kwetsbaar en afhankelijk was, dodelijk bezorgd over de financiële toekomst en de kansen op een baan, kreeg ik te maken met strenge voorschriften, kleuterregeltjes en schoolse, vaak onbereikbare, online werkmappen. Als een zwaard van Damocles hingen mij sancties boven het hoofd, of de kans dat ik mijn ‘WW-recht’ zou verspelen door één administratieve misstap. Ik moest vechten tegen de verleiding om maar gewoon 29 maanden perspectiefloos op de bank te blijven liggen en de WW gelaten op te strijken. Klussen aannemen werd door de absurde regelgeving eerder ontmoedigd dan gestimuleerd. Ik kreeg welhaast beledigende vacatures voorgeschoteld, moest smeken om een beetje persoonlijke aandacht, wat concrete hulp of zelfs maar een gesprek.

Dit was het UWV voor mij: een ondoordringbare digitale muur en een onpersoonlijk technocratisch bastion, bevolkt door 19 duizend ambtenaren die hun targets zitten af te vinken en werklozen uit de statistieken proberen te toveren. En dan ben ík nog hoogopgeleid, mondig en bedreven met computers en social media. Hoe zal het die 440 duizend andere UWV-klanten vergaan?

In het UWV-jaarverslag lees ik dit: ‘In 2014 vonden in totaal 253.100 WW’ers mede door onze inzet werk. Onze extra inspanningen om oudere werkzoekenden aan werk te helpen, met aanvullend budget van het kabinet, lijken vruchten af te werpen.’Bron: volkskrant.nl

Meewarig schud ik mijn hoofd.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s