Arnold Karskens: ‘Bij het NOS journaal zijn ze meer ambtenaar dan journalist’

Arnold Karskens

Verloedert de journalistiek? Dat staat oorlogsverslaggever Arnold Karskens niet zomaar toe. Zijn nieuwste boek wordt dinsdag gepresenteerd. Is hij de beste? Naar eigen zeggen: ja.

Een van zijn moeilijkste momenten beleefde Arnold Karskens (61) in een hotelkamer in Bagdad, dertien jaar geleden. Daar zat hij, moederziel alleen, de tranen liepen over zijn wangen. De meeste andere oorlogsverslaggevers hadden het hotel verlaten, vlak voor de beslissende fase van de strijd tegen de Iraakse dictator Saddam Hoessein. Karskens bleef, ondanks het gevaar.

‘Als er bommen inslaan, heb je iets om op te focussen. Wanneer je niet weet wat er gaat gebeuren, dringen de gevaren pas echt tot je door’, zegt hij. ‘Ik dacht: shit, weten die anderen iets wat ik niet heb gehoord? Dan krijg ik het voor mijn kiezen en staat de rest me straks bij mijn graf uit te lachen. Eigenlijk huilde ik om mezelf, dat hielp om de spanning van me af te zetten.’

Nederlands bekendste oorlogsverslaggever viel de laatste tijd vooral op door reportages voor The Post Online en PowNed over de stroom migranten die Europa binnentrekt. Hij stortte zich op dat onderwerp omdat anderen niet het hele verhaal zouden vertellen. Veel verslaggevers zijn volgens hem lui, volgzaam en vooringenomen. ‘De journalistiek verloedert zo dat ook de democratie verloedert. Dat laat ik niet zomaar gebeuren.’ Daarom brengt Karskens vandaag een boek uit over de bedreigingen van het vak: 21 interviews met ‘journalistieke vrijdenkers’, onder wie Joris Luyendijk, Ebru Umar en Henk Hofland. Hij vertelt er over in het Amsterdamse café Scheltema.

Publiciste Ebru Umar is opgepakt in Turkije. Is dat de ultieme bedreiging van de journalistiek?

‘Het is pure intimidatie, uit de hoogste kringen. Ik maak me er erg boos om, juist omdat het gericht is op de persoon, op haar mening. Daarom wil ik het eerste exemplaar van mijn boek dinsdagmiddag aan Ebru aanbieden, telefonisch of via Skype. Als steunbetuiging en als signaal dat journalisten zich niet de mond laten snoeren, daarvoor is ons werk veel te belangrijk.’

Zou de wereld fundamenteel anders zijn zonder uw reportages?

‘Dankzij mij is Frans van Anraat gepakt, die grondstoffen voor gifgas leverde aan het Iraakse regime. Oorlogsmisdadigers als Klaas Carel Faber heb ik jaren het leven zuur gemaakt. Als enige Nederlandse journalist heb ik consequent aandacht besteed aan misstanden in Irak en Afghanistan. Fouten van het Nederlandse leger die ongewapende slachtoffers het leven hebben gekost. Ik had gelijk, dat blijkt ook uit allerlei rechtszaken. Op zulke momenten denk ik: goed werk, Arnold.’

Bent u de beste oorlogsverslaggever van Nederland?

‘In dit kleinburgerlijke land mag je dat niet zeggen, maar het is wel zo. Niemand anders heeft 35 jaar oorlogen verslagen en er zo veel over gepubliceerd. Ik heb nooit embedded gewerkt, niet aan de leiband van het leger gelopen. Als je dat wel doet, raak je afhankelijk en kun je moeilijk alleen op pad. Het is ook principieel fout je te laten censureren door de organisatie die je moet controleren.’

Als u de beste bent, waarom werkt u dan niet bij de NOS, RTL of een krant?

‘Ik betwijfel of dat wel de beste media zijn. Internet wordt steeds belangrijker, daar benoemen ze problemen scherper. Sinds deze week werk ik voor mijn eigen nieuwssite: TheKarskensTimes. Bij de NOS zouden ze toch zeggen: doe niet te lullig tegen het leger, anders mag RTL volgende keer mee. Misschien kan ik alleen zo goed zijn omdat ik vrij ben. Waarschijnlijk ben ik ook te recalcitrant. Ik ben geen fantastische schrijver, geen fantastische fotograaf, maar wel een kei in doorzetten. Je moet je best doen, dat waarderen de mensen. Die zien dat. Collega’s zien dat minder. Haha.’

Karskens was in zijn jonge jaren actief in de kraakbeweging. Hij reisde naar Latijns-Amerika uit sympathie voor guerrillastrijders. Zijn drijfveren: hang naar avontuur en de onderdrukten een stem geven. Hij bezocht talloze conflictgebieden, van Sri Lanka tot Syrië. Vorig jaar reisde hij onder meer naar Calais en Turkije. ‘Mensen die naar Europa komen zijn relatief rijke gelukszoekers. Wie arm en hulpbehoevend is, strandt veel eerder. Dat vertellen de media zelden. Ik begrijp die gelukszoekers best, maar Europa kan deze stroom niet aan. En met reddingsoperaties op zee lok je smokkel juist uit. Dat blijkt uit mijn boottocht met een groep vluchtelingen, van Turkije naar Griekenland.’

Als u in dat bootje zit en aan de kijker vertelt dat de Europese politiek gevaarlijk is, bent u dan niet meer activist dan journalist?

‘Wat ik doe is de feiten geven. Om die te vinden, moet je er eerst naartoe. Wat ik zag was een lijndienst, het ene bootje na het andere. Die stroom was best te stoppen en dat leg ik dan uit. Ik zou dat geen activisme noemen. Het is opiniërend, maar wel degelijk journalistiek.’

Heeft u door die tocht feiten achterhaald die u niet op het strand had kunnen vinden?

‘Pas door het zelf mee te maken weet je hoe de Turken en Frontex (Europees agentschap dat de buitengrenzen bewaakt, red. ) opereren. In mijn groep zat niemand die op de vlucht was voor oorlog, alle zwemvesten waren op het laatste moment verdwenen. Zulke details achterhaal je niet met interviews op het strand. Ik ben niemand tegengekomen die hetzelfde heeft gedaan.’

Uw boek gaat over misstanden in de journalistiek. Bij welk medium gaat het meeste mis?

‘Het NOS Journaal is, afgewogen tegen het budget, het slechtste journalistieke programma. Ver beneden de maat. Ze zijn doorgeefluik voor nieuws uit Den Haag, Brussel en Washington. Veel NOS’ers worden later voorlichter, ze likken zich in bij de macht. Niets ten nadele van sommige correspondenten, maar de redactie is niet goed. Daar zijn ze meer ambtenaar dan journalist. Voordat ze iets beschrijven, kijken ze opzij om te zien wat collega’s denken. Dat zie je ook bij andere media: ze dekken zichzelf in, terwijl verslaggevers juist vrijgevochten moeten zijn.’

De boodschap is: journalisten zijn gemakzuchtige, gezagsgetrouwe kuddedieren. Maar er wordt ook gedegen, kritisch onderzoek gedaan, collega’s reizen de wereld over.

‘Een goed verhaal is je leven waard, dat is de instelling die je moet hebben. Voor maximaal een kwart van de journalisten is dit een roeping. De anderen zijn een soort vakkenvuller in de supermarkt. Ze verwerken brokjes nieuws die ze toegeworpen krijgen, ze doen geen eigen onderzoek. Veel verslaggevers vinden alles wat links is goed en wat rechts is fout. Als we niet oppassen, bestaat er over tien jaar nauwelijks nog echte, pure journalistiek. Wie dan het werkelijke verhaal wil horen, geeft geld aan iemand als ik, via crowdfunding.’

Een goede journalist laat zich echt niet beïnvloeden door politieke voorkeuren. En hoe objectief bent uzelf als u reportages maakt door te…

‘Bedelen? Daar heb ik geen moeite mee. Ik weet trouwens niet wie mij geld geeft voor zo’n reis naar Turkije. Bewust. Crowdfunding geeft me ook een soort onafhankelijkheid.’

Karskens groeide op in de Noord-Hollandse Beemster, op een boerderij. De Tweede Wereldoorlog drukte een stempel op zijn familie: een oom werd gefusilleerd, zijn vader en opa zaten in het verzet. Zijn fascinatie voor oorlog ontstond door stiekem mee te luisteren als volwassenen erover spraken. Hij maakte de dood van dichtbij mee: toen hij 5 jaar was, stierf zijn 2-jarige zusje, ze verdronk in een nabijgelegen sloot.

Is uw zusjes dood van invloed geweest op uw beroepskeuze?

‘Daar vertel ik pas meer over in mijn eerste roman, die dit najaar uitkomt.’

U leerde als 5-jarig jochie al dat de dood realiteit is.

‘Het begrip van wat de dood inhoudt komt pas later, denk ik. Maar dat zal ermee te maken hebben, ja. Net als de verhalen die ik hoorde over de oorlog. Ik denk wel dat je er hierdoor makkelijker mee omgaat. Ik ben ook niet getraumatiseerd door de oorlog.’

Ellende is onderdeel van het leven, dat besef kwam al snel.

‘Ja, dat is levenservaring. Dat maakt journalistieke verhalen beter. Het is ook mijn drive om tot de kern te komen. Dan ga ik naar een talkshow en neem ik me voor: Arnold, blijf nou rustig, dat komt beter over. En dan zit ik me toch weer boos te maken op tv. Ik kan niet tegen die slijmerige consensus, omdat de echte wereld veel harder is.’

Uw zoon Hugo is in 1993 gestorven. Hij was pas 2 weken oud. Daarna ging u keihard aan het werk. U zei: ik wilde iets naars omzetten in iets positiefs.

Karskens valt stil, zijn blik wordt troebel. ‘Nou ja, het is ook een beetje verdringen. Ja. Het zij zo. Kennelijk hielp dit. Misschien heb ik daarom zo mijn best gedaan om die schietincidenten in Irak en Afghanistan in kaart te brengen: fouten van het Nederlandse leger met dodelijke gevolgen.’

Iedere dode is iemands kind?

‘Ik kan er niet tegen als het door de media of Defensie huichelachtig wordt gebracht. Zo van: het lag aan het slachtoffer. Als ze gewoon zeggen: we zijn heel dom bezig geweest, dan zou ik dat kunnen accepteren. Shit happens in de oorlog.’

U heeft dochters van 24 en 16 jaar en een zoon van 21. Wilt u dat ze
oorlogsverslaggever worden?

‘Nee, ik zou heel bang zijn van de invloed van al die ellende op hun ontwikkeling. Je wordt geen blij mens van dit werk, al ben ik nooit depressief. Gelukkig kan ik me afreageren in mijn columns. Soms kijk ik ’s avonds op mijn telefoon en dan denk ik: wie zal ik nu weer eens op de kast jagen? Heerlijk is dat.’

Bent u niet afgestompt?

‘Totaal niet. En als ik thuis ben, ben ik er ook echt. Het thuisfront is alles voor me. Gelukkig kan ik me nog altijd kwaad maken en van mensen houden. Ik knuffel mijn kinderen vaak. En als ik een goede sentimentele film zie, kan ik er nog om janken.’

U bent 61, hoe lang kunt u nog doorgaan met dit werk?

‘Ik ben te oud om met rebellengroepen mee te gaan. Als je niet snel kunt rennen, breng je jezelf en anderen in gevaar. Ik neem nu liever dingen waar rond het front, die kan ik met al mijn ervaring in de juiste context plaatsen. Daar zie ik nog een taak voor mezelf weggelegd. Ik ken jongens die als vrijwilliger hebben gevochten in de oorlog en zijn gestopt. Zij zeggen: als je stopt, komt alles boven. Misschien ben ik wel een beetje bang voor die confrontatie. Mijn vader herbeleefde de oorlog op zijn sterfbed; het zou goed kunnen dat ik dan ook paniek ga zaaien. Maar als ik doodga, doe ik dat omringd door mijn kinderen. En ik heb slecht nieuws voor al mijn vijanden: dat zal nog lang duren.’

Bent u de Willem Ruis van de journalistiek: komt de grote waardering pas na uw dood?

‘Waarschijnlijk wel, ze gaan me nog missen. Haha. Maar dit is een zelf gekozen isolement: I’m not in the business to be liked. Ik voel me niet thuis in een zaal vol collega’s. Niet omdat ik me minder voel, integendeel, maar ik zit liever in een bootje met vluchtelingen. Daar kan ik iets wezenlijks toevoegen.’

Arnold Karskens. Journalist te koop; hoe corrupt zijn onze media? Querido, 18,99 euro.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s