Koester de wanorde van de democratie.

De politieke denker Jacques de Kadt mag met zijn beeld van ‘georganiseerde vrijheid’ de meest kernachtige omschrijving van de democratie hebben gegeven, de mooiste is misschien wel deze, zeker in de oorspronkelijke taal: ‘There are some enterprises in which a careful disorderniless is the true method’.

Het citaat komt uit de in 1851 uitgegeven klassieker Moby Dick van de Amerikaanse schrijver Herman Melville, uit het hoofdstuk waarin deze het karakter van de walvisvaart beschrijft. De jurist en literatuurliefhebber Huib Drion (1917-2004) betrok het ruim een eeuw later op de democratie, dankzij zijn inzicht dat het ook in de onderneming van de democratische staat draait om ‘een zorgvuldige wanordelijkheid’.

Liever dan het zelfdodingsmidddel waarvoor hij later een pleidooi hield, bekend geworden als ‘de pil van Drion’, beveel ik dan ook de rede aan waarin hij de schijnbare ongerijmdheid uiteenzette die de democratie eigen is. Zij is te vinden in de bundel ‘Denken zonder diploma’ uit het begin van de jaren negentig.

Vrijwel iedereen zal Drion, oud-vicepresident van de Hoge Raad, nazeggen dat het democratische systeem staat voor ‘een rommelig samenstel van compromissen’; veel minder mensen zullen beamen het juist daarom het verdedigen waard is. Volgens Drion veronderstelt een democratische gezindheid de aanvaarding van het compromis, maar juist dat compromis is dikwijls de steen des aanstoots, de bron van het verwijt dat de politiek onwaarachtig is en politici hun beloften niet nakomen.
Revolutie
Deze kritiek neemt in deze dagen opnieuw een revolutionaire vorm aan, net als in 1967, toen Drion zijn woorden uitsprak. Nederland beleefde in die dagen een culturele revolutie, waarbij in politieke zin het compromis en de dragers ervan, net als nu uitgescholden voor ‘het establishment’, het mikpunt waren.

De roep om duidelijkheid en de taal van radicaliteit en verontwaardiging zijn hetzelfde, de dragers van de revolutie waren destijds de studenten, de intellectuele voorhoede van een generatie die haar plek opeiste, nu zijn het ‘Henk en Ingrid’, al hebben zij hun zelfbenoemde woordvoerders in een allegaartje van populisten, politieke avonturiers en intellectuelen als Geert Wilders, Martin Bosma, Jan Roos, Paul Cliteur en Thierry Baudet.

Het was in de jaren zestig moedig van Drion dat hij tegen deze stroom in ging en de democratie verdedigde als ‘die samenleving van alledaagse redelijkheid, waarin alleen de kleine onredelijkheden geduld worden, maar waar de grote onredelijkheid, de onredelijkheid van allure, geen kans krijgt’.

Hij had niets tegen het politieke engagement van de ontwakende intellectuele elite, maar waarschuwde voor de verleiding bij zoveel emotionele boventonen de objectiviteit als kernwaarde van de democratie uit het oog te verliezen. ‘Verontwaardiging die de teugels van de rede heeft afgeschud, slaat gauw op hol.

Daarop volgde deze volzin, die afgaande op het idioom van de hedendaagse populisten in Amerika en West-Europa een actuele betekenis heeft: ‘Van haar overdrijvingen heeft de democratie meer te duchten dan een autoritaire staat, om de eenvoudige reden dat het tot het wezen van de democratie behoort dat zij verontwaardiging over echte of vermeende misstanden niet de mond mag en wil snoeren’.

Anders gezegd, de democratie moet zichzelf duchten en het is zaak, zo wilde Drion duidelijk maken, alert te zijn op de aantasting van haar wortels en niet pas wakker te worden als het te laat is en ‘redelijkheid en rechtvaardigheid ophouden maatstaven te zijn’. Om die reden had hij onderzocht hoe de literaire elite in Engeland, Duitsland, Frankrijk en Nederland in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw tegen de democratie had aangekeken, voordat deze door autocratische rivalen terzijde werd geschoven.
Onvrede
Dat leverde geen gunstige conclusie op. Of het was uit aristocratische minachting voor haar vulgariteit, rebellie tegen de burgerlijke samenleving of tegen het rationalisme van haar wezen, de democratie kon weinig goed doen; mogelijk omdat zij als staatsvorm, zeker in Europa, nog in de kinderschoenen stond en onvoldoende was bestand tegen de romantiek, het drama en schijnbare vitaliteit van haar belagers, het nationaal-socialisme en het fascisme.

Nu kan worden vastgesteld dat Drion destijds te zorgelijk was. Maar dan wordt snel over het hoofd gezien dat de polarisatie en de discreditering van het bestel, met in het hart die gesmade compromissen, diepe sporen in het politieke leven hebben getrokken. De onvrede lijkt nog altijd groter dan de aandrang de wanordelijkheid te koesteren.

Drion meende dat het lot van de democratie onverbrekelijk was verbonden met de voortschrijdende opvoeding van haar burgers in redelijkheid. Dat klinkt paternalistisch, maar is verre te verkiezen boven de karakterloze neiging van sommige politici en omroepbazen het populisme tot de maat der dingen te maken. Bron :Trouw.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s