Als je vijf keer wordt verkracht, heb je geen identiteit meer.

v z africaaaaaaa

In Zuid-Afrika wordt naar schatting elke minuut een vrouw verkracht. Correspondent Niels Posthumus – wiens boek over Zuid-Afrika, Liefdes verdriet, vandaag verschijnt – spreekt in een tweeluik voor Trouw met slachtoffer en dader. Deel 1: Lulu King werd vijf keer in haar leven verkracht.


Pas als de Zuid-Afrikaanse Lulu King (29) begint te vertellen over haar tweede verkrachting komen de tranen. Haar land kent een onwaarschijnlijk groot verkrachtingsprobleem en Lulu’s ervaringen zijn daarvan een pijnlijk bewijs. “Mijn verdriet over de eerste keer, toen ik vier jaar oud was, heb ik zo lang moeten onderdrukken dat het nooit meer zijn weg naar boven vindt”, legt ze uit. Ze dept met een wit servet haar jukbeenderen.

Lulu groeide op in een voorstad van Durban, in het zuidoosten van Zuid-Afrika. Ze lacht wat zuur. Haar leven kende al niet echt een goede start. Haar moeder raakte zwanger toen ze zestien was, van de wiskundeleraar. Lulu’s opa zette het, toen hij over de zwangerschap hoorde, uit woede op een drinken. Hij stierf die avond aan een alcoholvergiftiging. “Er hing dus nogal wat spanning en verdriet rond mijn geboorte.”
Lulu’s oma vond een nieuwe man. Het gezin trok bij hem in. Het was een welvarende buurt, de buren waren wit. “Mijn oma wilde dat wij er ‘normaal’ zouden zijn”, vertelt ze.

We moesten zo Brits mogelijk overkomen.” Het accent waarmee Lulu praat, dankt zij daaraan. “Mijn oma deed lang alsof ik het jonge zusje van mijn moeder was, om de schande van de tienerzwangerschap te verhullen.”
De nieuwe man van haar oma had een zwakbegaafde vriend. Die verkrachtte Lulu toen ze een kleuter was. Maar oma besloot: niemand mocht het er over hebben, ze zouden de politie niet inschakelen. Want de dader was wit, hun gezin zwart – wie zou hen geloven? En uiteraard moest de gezinsreputatie worden beschermd.

Elk halfuur doet iemand in Zuid-Afrika aangifte van kinderverkrachting: 16.000 tot 20.000 keer per jaar. Zelfs gecompenseerd voor de grotere bevolking is dat ruim drie keer vaker dan alle aangiften van verkrachting (kinderen én volwassen) in Nederland samen. En het werkelijke aantal ligt nog hoger. De meeste Zuid-Afrikaanse slachtoffertjes doen, net als de kleine Lulu, helemaal nooit hun verhaal op het politiebureau. “Op de middelbare school ontdekte ik dat veel andere meisjes in mijn straat ook waren misbruikt”, zegt ze. “Praktisch elk gezin hield dat geheim.”

Lulu is manager van een backpackershotel in Johannesburg. Ze zit in het bijbehorende restaurantje. Wie haar de boel ziet aansturen, heeft een sterke vrouw op het netvlies. Maar zodra ze over haar tweede verkrachting begint, zakken haar smalle schouders in en oogt ze plots kwetsbaar.

Niets laten merken
Op haar eindexamenfeest was ze een ex-vriendje tegengekomen. Ze hadden gezoend en ze was met hem op een toilet beland. Ja, ze had het leuk gevonden. Maar toen wilde hij anale seks. Lulu protesteerde. Er bleek geen weg meer terug. Ze schoot ’s nachts thuis direct de douche in. “Ik had een witte broek aan”, vertelt ze. “Die zat onder het bloed. Oma mocht dat niet zien. Ze zou woedend worden, zeggen dat het mijn eigen schuld was, omdat ik met die jongen de wc was ingegaan.”

Lulu is een knappe vrouw: rank postuur, egale huid, gracieus gezicht, amandelvormige ogen. Een klassieke Zuid-Afrikaanse schoonheid. Maar daar geloofde ze na dat eindexamenfeest zelf niet meer in. “Ik werd onzeker. Mannen zouden een mooie vrouw toch nooit zo behandelen?” Omdat de jongen van het eindexamenfeest zwart was, probeerde ze zwarte mannen een tijd te ontlopen. En ze ging op zoek naar iemand die haar kon beschermen. Hoe groter, sterker en angstaanjagender, des te beter. Een slechte keuze. Bij de gespierde rugbyspeler – de eerste zwarte man die ze na drie jaar weer zou daten – keerde de angstaanjagendheid zich al snel juist tegen haar.

“Zodra we gingen samenwonen begon hij me te slaan”, vertelt Lulu. Ze was twintig. Al snel mocht ze niet meer alleen de deur uit. Ze moest haar bankpas aan hem afstaan. Hij beheerde haar salaris. Ze mocht geen vrolijk gekleurde kleding dragen. “Daarin voel ik me nog altijd wat ongemakkelijk.” Lulu was bang dat hij haar zou vermoorden. Niet gek. Elke acht uur vermoordt in Zuid-Afrika een man zijn geliefde. Een meerderheid van de vrouwen geeft aan ooit te zijn mishandeld. Als oorzaak wordt vaak de extreem patriarchale cultuur (onder zwarte én witte Zuid-Afrikanen) aangedragen, in combinatie met de gewelddadige onderdrukking en vernedering van zwarte inwoners tijdens de apartheid, die de Zuid-Afrikaanse samenleving tot een van de meest explosieve ter wereld heeft gemaakt.

Lulu verzamelde na drie jaar de moed om weg te gaan bij haar man, met wie ze intussen een baby had. “Al binnen ons huwelijk dwong hij me regelmatig tot seks”, zegt ze. “Maar ik realiseerde me helemaal niet dat dit erg was. Het leek me dat ik geen ‘nee’ kon zeggen tegen mijn man. Pas toen hij na de scheiding begon in te breken om me te misbruiken bestond er geen twijfel meer.”

Voor het eerst deed Lulu aangifte. “Maar de politie wilde geen zaak openen”, foetert ze. Plots fonkelt er razernij achter haar tranen. “De agenten zeiden dat mijn man gewoon nog veel van mij hield, dat wij het maar beter samen konden uitpraten.”

Bij één van de verkrachtingen door haar ex-man – ondertussen geen rugbyspeler meer, maar basisschoolleraar – raakte ze zwanger. Ze kreeg een miskraam. “Misschien maar beter”, zegt ze weifelend, terwijl ze buiten het backpackershotel een sigaret opsteekt. Ik weet niet of ik evenveel van dat kind had kunnen houden als van mijn zoon. Die kreeg ik met mijn ex toen ik nog verliefd op hem was.” Ze vluchtte. Ze verhuisde vanuit het zuiden van Zuid-Afrika naar een voorstad van Pretoria duizend kilometer naar het noorden. Aan haar familie had ze niets. Die hadden het contact met haar verbroken omdat Lulu was gescheiden: een schande voor de familie. In 2015 ging het opnieuw fout. Ze belandde op een huisfeestje van vage bekenden. Ze had te veel gedronken om naar huis te rijden. Ze kreeg een kamer aangeboden, voor haar alleen. ’s Ochtends werd Lulu echter wakker doordat ze voelde dat ze werd gepenetreerd. De jongen achter haar hield haar in een houdgreep, deed een hand voor haar mond. “Maar toen hij klaar was, gaf hij me een kus op mijn voorhoofd en ging hij naar beneden om koffie te zetten”, zegt ze nog altijd met verbazing in haar stem. “Hij zag het zelf overduidelijk niet als verkrachting, terwijl ik lag te huilen.”

Ook haar Zuid-Afrikaanse vriendinnen vonden overigens dat Lulu overdreef. Een vreemde jongen die probeert seks met je te hebben terwijl je slaapt, dat gebeurt iedereen toch wel eens? Ook de politie – Lulu opende opnieuw een zaak – ondernam geen actie. De wondjes bij haar vagina konden ook het gevolg zijn van ruige seks met instemming, was de uitleg. En de jongen die bij haar in bed was gekropen had tijdens zijn verhoor gezegd dat Lulu de hele avond uitdagend naar hem had gekeken. “Ik ging een jaar lang niet uit”, herinnert Lulu zich. “Ik was voortdurend bang verkeerde signalen af te geven. Ik durfde geen mannen meer te ontmoeten. Alleen de liefde van mijn zoontje – acht is hij nu – herinnerde mij er nog aan dat niet alle mannen totaal fucked-up zijn.”
Ze ontving dan ook weinig begrip van Zuid-Afrikaanse mannen. “Die vertelden mij telkens dat de verkrachtingen simpelweg kwamen doordat ik knap ben. En dat bedoelden ze dan als compliment.”

Te gevaarlijk voor vrouwen
De gifbeker was bovendien nóg niet leeg. Lulu verhuisde naar Johannesburg. Op een ochtend tijdens het joggen sprak een private beveiliger haar aan vanuit zijn auto. Hij bood Lulu een lift aan. De straat waar zij rende zou te gevaarlijk zijn voor een vrouw alleen. Eenmaal in de auto zag Lulu hoe hij zijn pistool tevoorschijn trok. Hij deed het kinderslot op de deuren en haalde zijn witte geslacht uit zijn broek. “Kijk, even groot als een zwarte”, zei hij triomfantelijk. Hij dreigde Lulu dood te schieten. Ze waren net langs haar huis gereden, waar ze haar zoontje in de tuin had zien spelen.
Had ze zich verzet als ze geen kind had gehad? “Dat denk ik wel”, verzucht ze, terwijl de tranen opnieuw opwellen. “Want mijn eigen leven, wat heb ik daar nog aan? Ik heb geen identiteit meer. Ik vraag me vaak af of ik slechts nog een samenraapsel ben van overlevingsmechanismen, van pijn en verdriet, of dat er heel misschien ergens in me toch nog iets van de persoonlijkheid zit verstopt waarmee ik ben geboren. Ik weet het oprecht niet.”

Ze haalt diep adem. De beveiliger werd ontslagen nadat ze aangifte had gedaan. Maar gearresteerd is hij een jaar later nog altijd niet. Het politiedossier is drie keer zoek geraakt. “Ik moet de boel steeds zelf in de gaten houden”, zegt ze. “Terwijl ik eigenlijk nooit meer een politiebureau in wil lopen.” Lulu heeft tegenwoordig een pistool in haar handtas. “Maar wat doe ik daarmee bij een verrassingsaanval?” En een andere vraag die voortdurend aan haar knaagt: hoe voed ik mijn zoon op? “Ik leer hem dat geweld fout is”, zegt ze. “En dat je het altijd moet accepteren als iemand ‘nee’ zegt. Maar is dat voldoende? Hoe komt het toch dat wij in Zuid-Afrika zoveel verkrachters grootbrengen?”
Echt erg veel van haar vriendinnen zijn ooit verkracht, verzucht ze voordat ze op staat om weer aan het werk te gaan. Ze veegt de tranen van haar gezicht, trekt haar zwarte zomerjurk recht. “Het Zuid-Afrikaanse systeem is verrot”, zegt ze. Slechts vijf procent van de verkrachtingsaangiften leidt tot een veroordeling.

“Geen van mijn verkrachters zit vast. Die gedachte doet pijn. Want alleen als mijn verkrachtingen ertoe leiden dat die mannen niet langer andere vrouwen kunnen misbruiken, hebben zij op een wrange manier tenminste nog enig nut gehad.”
Niels Posthumus, ‘Liefdes verdriet. Verliefdheid, relaties en seks in het Zuid-Afrika van na de apartheid.’ Spectrum, 192 pagina’s. In Zuid-afrika doet vrijwel niemand aangifte van verkrachting. In Zuid-Afrika worden naar schatting jaarlijks een half miljoen mensen verkracht – op een bevolking van 54 miljoen. De politie krijgt elk jaar zo’n 50.000 aangiften binnen, maar volgens onderzoek van de Zuid-Afrikaanse Medical Research Council stapt slechts één op de negen slachtoffers naar de politie. Dat betekent dat in het land elke minuut een verkrachting plaatsvindt.

Volgens professor Rachel Jewkes, directeur van de Gender & Health afdeling van de Medical Research Council, is dat bovendien zelfs nog een conservatieve schatting. “Recenter onderzoek wijst er eerder op dat misschien maar één op de 25 Zuid-Afrikaanse slachtoffers naar de politie stapt”, zegt zij. Bron: Trouw

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s