Amerikaanse wet tegen misbruik vrouwen alsnog aangenomen

Anderhalf jaar nadat de oude wet was verlopen, heeft het Congres nieuwe maatregelen goedgekeurd ter bescherming van vrouwen tegen misbruik. De rechten van inheemse Amerikanen (native Americans), mensen zonder papieren en seksuele minderheden worden nu expliciet beschermd.

“Het is een van de zeldzame keren dat Republikeinen en Democraten samenkwamen voor expliciete maatregelen ter bescherming van seksuele oriëntatie”, zei de organisatie Human Rights Campaign.

Steken
De Violence Against Women Act (VAWA) stamt uit 1994, maar moet elke vijf jaar verlengd worden. De Senaat, waar Democraten in de meerderheid zijn, nam half februari een voorstel aan dat door 1300 NGO’s werd gesteund, maar het voorstel bleef hangen in het Huis van Afgevaardigden. Een afgezwakte versie van de Republikeinen haalde het echter ook niet, en daarom werd er gisteren hoofdelijk gestemd over de Senaatsversie. 87 Republikeinen stemden voor, zodat de wet met tweederde meerderheid werd aangenomen.

President Barack Obama benadrukte het belang van de uitkomst. “Over meer dan twee decennia heeft deze wet talloze levens gered en de manier veranderd waarop we misbruikslachtoffers behandelen. Deze vernieuwing is een belangrijke stap om ervoor te zorgen dat niemand in Amerika wordt gedwongen in angst te leven.”

“Een van de belangrijkste punten is dat kinderen die uit verkrachting voortkomen een visum mogen aanvragen om bij hun familie te zijn”, zegt Mony Ruiz-Velasco, juridisch directeur van het National Immigrant Justice Center. “Het breidt het beleid tegen
gevangenisverkrachtingen ook uit naar detentiecentra voor immigranten.” Immigranten zijn veel vaker het slachtoffer van huiselijk geweld, maar hebben altijd minder manieren gehad om hun recht te halen, vooral als ze geen verblijfsvergunning hadden.

Inheemse Amerikanen
Nog erger was de situatie voor inheemse Amerikanen. Op tribaal land geldt voor een groot deel het tribale recht, maar over niet-inheemse mensen hebben deze rechtbanken geen jurisdictie. Volgens Amnesty International wordt maar liefst een derde van de indiaanse vrouwen een keer in haar leven verkracht, in 86 procent van de gevallen door iemand die niet van inheemse afkomst is.

“Vandaag wordt de trom van gerechtigheid luid bespeeld in indiaans land ter gelegenheid van de nieuwe VAWA”, zegt Juana Majel Dixon, vice-president van het National Congress of American Indians. Maar “500 dagen is te lang om geen wet te hebben voor vrouwen. Voor een onvoorstelbaar lange tijd zijn degenen die onze vrouwen hebben geterroriseerd ongestraft gebleven.”

Het uitstel was te wijten aan hardline conservatieven die huiverig waren voor te veel rechten voor tribale autoriteiten, voor mensen zonder papieren en voor seksuele minderheden. Het Republikeinse voorstel, gisteren, zou vooral voor hen een afgezwakte wet hebben betekend.

Voorvechters van vrouwenrechten waren duidelijk in hun oordeel. “De discussie was, heel simpel, deel van de oorlog tegen vrouwen”, aldus Lisa Brush, socioloog aan de Universiteit van Pittsburgh. “Ze hebben geprobeerd onderdelen weg te snijden die de wet inclusiever en minder racistisch maakten.” Bron:Trouw.nl

Advertenties

Overheid onderneemt geen actie om seksueel misbruik aan te pakken

Het ministerie van Volksgezondheid doet te weinig om seksueel misbruik bij pleeggezinnen en instellingen aan te pakken. Dat zegt voorzitter Rieke Samson van de commissie die dit seksueel misbruik onderzocht vandaag in Trouw. Het is “oorverdovend stil” volgens Samson.

De commissie-Samson kwam in oktober met haar conclusies en aanbevelingen, maar daarna is er volgens de voorzitter weinig gebeurd. Volgens Samson worden de aanbevelingen van de commissie doorgeschoven.

“Op het ministerie verandert niets. Dat is nog even afstandelijk als altijd. Het heeft alles weggeregeld. En nu zit iedereen op elkaar te wachten. Het ontbreekt aan actie.”

Ze maakt zich met name zorgen over de vraag of de gemeenten wel toegerust zijn om op hun taak om vanaf 2015 verantwoordelijk te zijn voor de jeugdzorg.
Samson zal in de Kamer tijdens een hoorzitting vandaag pleiten voor een bestuurlijk zwaargewicht, die de druk op de ketel moet houden. Er is echter al een taskforce onder leiding van de Amsterdamse burgemeester Van der Laan die toezicht houdt op de aanpak.Bron:nrc.nl fotoO.D.B.ned

Wist u dat 1 op de 5 kinderen in Nederland wordt misbruikt’

Althans als we Stichting Moeders Tegen Kindermisbruik moeten geloven.

Als we Nrc.next moeten geloven  beoordeelt die de stelling als onwaar. Volgens hun onderzoek.  Dan gaat het over cijfers, is het 1 op 10 of is het 1 op 5 kinderen die een vorm van kindermisbruik ervaren hebben. Feit is dat het een eldorado blijkt te zijn in

Nederland.

Zelfs top ambtenaren worden beschuldigd van kinderen misbruik Maar de overheid de Nederlandse overheid doet er totaal niets aan om dit te doen stoppen  onderzoek word er niet na gedaan dus de topfunctionaris die beschuldigd word blijft gewoon op zijn post bij de overheid. Hoeveel ambtenaren zijn er nog meer bij betrokken hoe groot is het pedofiele netwerk binnen de Nederlandse overheid?

De secretaris-generaal van het ministerie van Veiligheid en Justitie

Joris Demmink

Als dit de ontwikkeling is duurt het niet lang meer en dan is Nederland voor pedofiele populairder dan nu de Aziatische landen. een bizarre ontwikkeling.

Hoe ver kan Nederland nog afzakken.

Stichting Moeders Tegen Kindermisbruik

(MTK) komt in het geweer tegen misbruik en mishandeling van kinderen. De oprichters, vier moeders die misbruik „van dichtbij” hebben meegemaakt, willen met de stichting het onderwerp prominenter op de agenda zetten. Op haar Twitterbioschrijft Stichting MTK dat 1 op de 5 kinderen in Nederland wordt misbruikt. Lezer Ellen Kluit vraag next.checkt de bewering te onderzoeken.

Nrc.next beoordeelt de stelling als onwaar.

Interpretaties

Misbruik betekent letterlijk het (verkeerd) gebruiken van een kind. Doorgaans wordt daar seksueel misbruik mee bedoeld. Maar het genoemde aandeel 1 op de 5 is volgens Jeanine Heruer, een van de vier moeders van Stichting MTK, gebaseerd op de meest ruime definitie van kindermishandeling. Zij beschouwt hieronder: seksueel misbruik, verwaarlozing, verbale intimidatie, fysieke mishandeling, geestelijke mishandeling, huiselijk geweld en totaal negeren van een kind. We besluiten, omwille van de helderheid, voorlopig mee te gaan in deze definitie.

Waar is het op gebaseerd?

Het aandeel moet volgens Heruer worden beschouwd als een soort gemiddelde gebaseerd op diverse rapporten uit binnen- en buitenland. „Als er één ding ontzettend moeilijk boven tafel is te krijgen, is dat het exacte cijfer over kindermishandeling.” Per e-mail stuurt ze 25 bronnen op.

Eén daarvan is het onderzoek ‘Scholieren Over Mishandeling’ (SOM) van de Vrije Universiteit uit 2007. Daarin staat dat bijna 20 procent van de jongeren de afgelopen twaalf maanden ervaring heeft gehad met een vorm van kindermishandeling. Omdat dit het enige recente Nederlandse onderzoek is waarin het aandeel ‘1 op de 5’ voorkomt – en andere bronnen hiernaar verwijzen – beschouwen we dit onderzoek als de hoofdbron van de bewering.

Hoe is er gemeten?

Voor het SOM-onderzoek hebben 1.845 leerlingen uit de eerste vier klassen van veertien middelbare scholen in 2006 een vragenlijst over ‘vervelende gebeurtenissen’ ingevuld. De steekproef was redelijk, maar niet perfect: de spreiding van de scholen was onvolledig en het aantal onderzochte scholen relatief klein.

Volgens de definitie die de SOM-onderzoekers hanteerden had ruim eenderde van de scholieren ooit kindermishandeling meegemaakt in de vorm van psychologische agressie van ouders, fysiek geweld binnenshuis, waargenomen fysieke conflicten tussen ouders, seksueel misbruik en/of ernstige verwaarlozing. Bijna eenvijfde (19,5 procent) had een of meer van deze vormen het afgelopen jaar meegemaakt. Het grootste deel van hen (ruim 60 procent) rapporteerde (onder meer) psychologische agressie te hebben meegemaakt. Daaronder werd verstaan: ‘ouder heeft gedreigd jongere te slaan’. Eén op de vijftien jongeren had een combinatie van verschillende mishandeling meegemaakt. Vier procent meldde seksueel misbruik in het afgelopen jaar.

En, klopt het?

Dat hangt af van de vraag wat je onder mishandeling verstaat. De definitie in het SOM-onderzoek is breder dan de wettelijke definitie van kindermishandeling die ook gangbaar is in internationaal vergelijkend onderzoek. Volgens de Wet op de Jeugdzorg (2004) is bij kindermishandeling vooral de afhankelijkheidsrelatie van het kind ten opzichte van de pleger van belang.

Pas je deze, wettelijke, definitie toe op de resultaten van het SOM-onderzoek,zoals onderzoekers van Universiteit Leiden in 2010 hebben gedaan, dan valt een aantal items uit de vragenlijsten van SOM niet meer onder kindermishandeling, waaronder ‘ouder heeft gedreigd te slaan’, ‘seksueel misbruik door iemand buiten gezin of een minderjarige binnen gezin’ en ‘ouder heeft andere volwassene hard weggeduwd/beet gegrepen’.

De volgende items vallen nog wel binnen de definitie: ‘seks gehad met volwassene binnen eigen gezin of gedwongen naar geslachtsdelen te kijken/aan te raken; ouder heeft jongere met de vuist geslagen, hard geschopt, tegen de grond gegooid of geslagen, op de billen of een ander deel van lichaam geslagen met een riem of ander hard voorwerp, in elkaar geslagen, bij keel gegrepen en adem afgeknepen, met een mes of pistool bedreigd, expres verwond met heet voorwerp; ouder heeft de andere ouder geschopt, gebeten of gestompt, in elkaar geslagen of heeft een mes of pistool tegen de andere ouder gebruikt’.

Door deze aanpassing van de definitie daalt het aantal jongeren dat aangaf het afgelopen jaar te zijn mishandeld naar 99 per 1.000. Dus één op de tien jongeren in plaats van één op de vijf.

Er kleven echter een aantal nadelen aan zelfrapportages zoals die in het SOM-onderzoek. Zo ontbreekt de context van de mishandeling (niet elke respondent interpreteert een incident hetzelfde, recente incidenten worden als ‘heftiger’ ervaren) en treden geheugeneffecten op. Verder is het niet mogelijk jonge kinderen te bevragen. Die groep blijft dus buiten beschouwing in zulke studies.

Objectiever zijn ‘informantenstudies’, waarin professionals uit het werkveld worden gevraagd mishandeling te noteren. In 2010 hebben 1.127 ‘informanten’ werkzaam bij onder andere scholen, jeugdzorg, huisartsen, politie, meldpunten en consultatiebureaus vermeende gevallen genoteerd. Daaruit bleek volgens de wettelijke definitie bij 34 van de 1.000 kinderen (0 t/m 17 jaar) sprake van mishandeling. Omdat deze professionals niet alles zien, kan dit aandeel (3,4 procent) worden gezien als ‘ondergrens’.

Conclusie

Hoeveel procent van de Nederlandse minderjarigen wordt misbruikt is afhankelijk van wat je eronder verstaat. In zelfrapportages meldde 4 procent van de jongeren in het afgelopen jaar seksueel te zijn misbruikt (in ruime zin). Volgens datzelfde onderzoek was bij één op de vijf kinderen sprake van mishandeling. Dit is de definitie waar stichting Moeders Tegen Kindermisbruik zich op baseert als zij het over misbruik heeft.

Neem je de wettelijke definitie van kindermishandeling dan is daarvan sprake bij 3 tot 10 procent van de Nederlanders tot en met 17 jaar. Hooguit één op de tien dus. Seksueel misbruik is hierin nauwer is gedefinieerd, dus zal ook dat percentage lager zijn dan de eerder genoemde 4 procent. Omdat stichting MTK de hoogste schatting (1 op 5) van kindermishandeling in de ruimste zin toepast op de meest beperkte definitie van kindermishandeling (seksueel misbruik), beoordelen we de bewering dat ‘1 op de 5 kinderen in Nederland wordt misbruikt’ als onwaar.

Correctie: op dit blog verscheen aanvankelijk een ongeredigeerde versie van deze factcheck, waarin de bewering als ‘half waar’ werd beoordeeld.  In de krant en in de huidige versie staat de correcte tekst: wij beoordelen deze bewering als  ‘onwaar’.

Bron: Nrc.next  O.D.B.NED